Naar de inhoud

polariseren

spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen

polariseren

werkwoord ˌpolariˈzerə(n)

Betekenis

  1. spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen
  2. de trillingen van een licht- of andere elektromagnetische energie filteren waardoor er slechts trillingen in één vlak overblijven
  3. in een positieve en negatieve elektrische lading scheiden
  4. het creëren van een politiek spanningsveld

Hoe spreek je polariseren uit?

/ˌpolariˈzerən/

Polariseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌpolariˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
o boot
l land
a maan
r rood
i riet
z zon
e veel
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van polariseren

polariserenhele werkwoord — polariseerdeverleden tijd enkelvoud — polariseerdenverleden tijd meervoud — gepolariseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik polariseer polariseerde
jij polariseert polariseerde
hij, zij, het polariseert polariseerde
wij polariseren polariseerden
jullie polariseren polariseerden
zij polariseren polariseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepolariseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepolariseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepolariseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepolariseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepolariseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepolariseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepolariseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepolariseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepolariseerd verleden tijd, deelwoord
gepolariseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepolariseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepolariseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepolariseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepolariseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepolariseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepolariseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepolariseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepolariseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepolariseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepolariseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
polariseer gebiedende wijs
polariseerde verleden tijd
polarisere aanvoegende wijs
polariserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepolariseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te polariseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen polariseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt polariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen polariseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult polariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘elektrische lading geven’ voor het eerst aangetroffen in 1885

Woordfamilie van polariseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepolariseerd voltooid deelwoord polariseren
gepolariseerde woordvorm polariseren
polariseer gebiedende wijs polariseren
polariseerde verleden tijd polariseren
polariseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon polariseren
polariseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon polariseren
polarisere aanvoegende wijs polariseren
polariserend onvoltooid deelwoord polariseren
polariserende woordvorm polariseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polariseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over polariseren

Hoe spreek ik polariseren uit?
Zo spreek je polariseren uit: /ˌpolariˈzerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van polariseren?
Polariseren is een werkwoord. De betekenis is: spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik polariseren?
Zo vervoeg je polariseren zo: de tegenwoordige tijd is polariseer, de verleden tijd is polariseerde en het voltooid deelwoord is gepolariseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op polariseren?

Polariseren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord polariseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. O 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. R 2
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

polariseren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. R 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

polariseren in het kort

polariseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van polariseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort polariseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

polariseren: spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen
Deel polariseren — standaardnederlands.nl