Naar de inhoud

pasteuriseren

voedsel kort verhitten om schadelijke bacteriën te doden. Toegepast in de voedselindustrie op bederfelijke producten om die langer houdbaar te maken zonder schade aan de smaak en structuur

pasteuriseren

werkwoord ˌpɑstøriˈzerə(n)

Betekenis

  1. voedsel kort verhitten om schadelijke bacteriën te doden. Toegepast in de voedselindustrie op bederfelijke producten om die langer houdbaar te maken zonder schade aan de smaak en structuur

Hoe spreek je pasteuriseren uit?

/ˌpɑstøriˈzerən/

Pasteuriseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌpɑstøriˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɑ bad
s sok
t tak
ø deur
r rood
i riet
z zon
e veel
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. voedsel kort verhitten om schadelijke bacteriën te doden Toegepast in de voedselindustrie op bederfelijke producten om die langer houdbaar te maken zonder schade aan de smaak en structuur

Vervoeging van pasteuriseren

pasteuriserenhele werkwoord — pasteuriseerdeverleden tijd enkelvoud — pasteuriseerdenverleden tijd meervoud — gepasteuriseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pasteuriseer pasteuriseerde
jij pasteuriseert pasteuriseerde
hij, zij, het pasteuriseert pasteuriseerde
wij pasteuriseren pasteuriseerden
jullie pasteuriseren pasteuriseerden
zij pasteuriseren pasteuriseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepasteuriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepasteuriseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepasteuriseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepasteuriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepasteuriseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepasteuriseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepasteuriseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepasteuriseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepasteuriseerd verleden tijd, deelwoord
gepasteuriseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepasteuriseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepasteuriseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepasteuriseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepasteuriseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepasteuriseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepasteuriseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepasteuriseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepasteuriseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepasteuriseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepasteuriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pasteuriseer gebiedende wijs
pasteuriseerde verleden tijd
pasteurisere aanvoegende wijs
pasteuriserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepasteuriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pasteuriseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pasteuriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepasteuriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepasteuriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepasteuriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepasteuriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepasteuriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepasteuriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepasteuriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepasteuriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepasteuriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepasteuriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pasteuriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepasteuriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepasteuriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepasteuriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pasteuriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

eponiem, van Frans pasteuriser ww met het achtervoegsel -eren, op te vatten als afgeleid van de 19e-eeuwse Franse biolooog Pasteur met het achtervoegsel -iseren, in de betekenis van ‘door verhitting bacterievrij maken’ voor het eerst aangetroffen in 1898

Woordfamilie van pasteuriseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepasteuriseerd voltooid deelwoord pasteuriseren
gepasteuriseerde woordvorm pasteuriseren
pasteuriseer gebiedende wijs pasteuriseren
pasteuriseerde verleden tijd pasteuriseren
pasteuriseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pasteuriseren
pasteuriseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pasteuriseren
pasteurisere aanvoegende wijs pasteuriseren
pasteuriserend onvoltooid deelwoord pasteuriseren
pasteuriserende woordvorm pasteuriseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pasteuriseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over pasteuriseren

Hoe spreek ik pasteuriseren uit?
Zo spreek je pasteuriseren uit: /ˌpɑstøriˈzerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van pasteuriseren?
Pasteuriseren is een werkwoord. De betekenis is: voedsel kort verhitten om schadelijke bacteriën te doden. Toegepast in de voedselindustrie op bederfelijke producten om die langer houdbaar te maken zonder schade aan de smaak en structuur. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik pasteuriseren?
Zo vervoeg je pasteuriseren zo: de tegenwoordige tijd is pasteuriseer, de verleden tijd is pasteuriseerde en het voltooid deelwoord is gepasteuriseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pasteuriseren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op pasteuriseren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pasteuriseren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. U 4
  7. R 2
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pasteuriseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. U 2
  7. R 2
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pasteuriseren in het kort

pasteuriseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van pasteuriseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pasteuriseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pasteuriseren: voedsel kort verhitten om schadelijke bacteriën te doden. Toegepast in de voedselindustrie op bederfelijke producten om die langer houdbaar te maken zonder schade aan de smaak en structuur
Deel pasteuriseren — standaardnederlands.nl