steriliseren
werkwoordBetekenis
- gericht doden van micro-organismen op een oppervlak totdat de kans dat dergelijke organismen nog levend op het oppervlak aangetroffen worden, kleiner is dan 1 op een miljoen
- onvruchtbaar maken
Vervoeging van steriliseren
steriliserenhele werkwoord — steriliseerdeverleden tijd enkelvoud — steriliseerdenverleden tijd meervoud — gesteriliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steriliseer | steriliseerde |
| jij | steriliseert | steriliseerde |
| hij, zij, het | steriliseert | steriliseerde |
| wij | steriliseren | steriliseerden |
| jullie | steriliseren | steriliseerden |
| zij | steriliseren | steriliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesteriliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesteriliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesteriliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesteriliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesteriliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesteriliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesteriliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesteriliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesteriliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesteriliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesteriliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesteriliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesteriliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesteriliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesteriliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesteriliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesteriliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesteriliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesteriliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesteriliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| steriliseer | gebiedende wijs |
| steriliseerde | verleden tijd |
| sterilisere | aanvoegende wijs |
| steriliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesteriliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te steriliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen steriliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesteriliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesteriliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesteriliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesteriliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesteriliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesteriliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesteriliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesteriliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesteriliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesteriliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen steriliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesteriliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesteriliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesteriliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult steriliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrijmaken van ziektekiemen’ voor het eerst aangetroffen in 1904
Woordfamilie van steriliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| steriliseer | gebiedende wijs | steriliseren |
| steriliseerde | verleden tijd | steriliseren |
| steriliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | steriliseren |
| steriliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | steriliseren |
| sterilisere | aanvoegende wijs | steriliseren |
| steriliserend | onvoltooid deelwoord | steriliseren |
| steriliserende | woordvorm | steriliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steriliseren zijn vastgelegd.