Naar de inhoud

steriliseren

gericht doden van micro-organismen op een oppervlak totdat de kans dat dergelijke organismen nog levend op het oppervlak aangetroffen worden, kleiner is dan 1 op een miljoen

steriliseren

werkwoord

Betekenis

  1. gericht doden van micro-organismen op een oppervlak totdat de kans dat dergelijke organismen nog levend op het oppervlak aangetroffen worden, kleiner is dan 1 op een miljoen
  2. onvruchtbaar maken

Vervoeging van steriliseren

steriliserenhele werkwoord — steriliseerdeverleden tijd enkelvoud — steriliseerdenverleden tijd meervoud — gesteriliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steriliseer steriliseerde
jij steriliseert steriliseerde
hij, zij, het steriliseert steriliseerde
wij steriliseren steriliseerden
jullie steriliseren steriliseerden
zij steriliseren steriliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesteriliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesteriliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesteriliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesteriliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesteriliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesteriliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesteriliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesteriliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesteriliseerd verleden tijd, deelwoord
gesteriliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesteriliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesteriliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteriliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteriliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesteriliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesteriliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesteriliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesteriliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesteriliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesteriliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
steriliseer gebiedende wijs
steriliseerde verleden tijd
sterilisere aanvoegende wijs
steriliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesteriliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te steriliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen steriliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesteriliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesteriliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesteriliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesteriliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesteriliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesteriliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesteriliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesteriliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesteriliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesteriliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen steriliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesteriliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesteriliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesteriliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult steriliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrijmaken van ziektekiemen’ voor het eerst aangetroffen in 1904

Woordfamilie van steriliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
steriliseer gebiedende wijs steriliseren
steriliseerde verleden tijd steriliseren
steriliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon steriliseren
steriliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon steriliseren
sterilisere aanvoegende wijs steriliseren
steriliserend onvoltooid deelwoord steriliseren
steriliserende woordvorm steriliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steriliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over steriliseren

Wat is de betekenis van steriliseren?
Steriliseren is een werkwoord. De betekenis is: gericht doden van micro-organismen op een oppervlak totdat de kans dat dergelijke organismen nog levend op het oppervlak aangetroffen worden, kleiner is dan 1 op een miljoen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik steriliseren?
Zo vervoeg je steriliseren zo: de tegenwoordige tijd is steriliseer, de verleden tijd is steriliseerde en het voltooid deelwoord is gesteriliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord steriliseren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. R 2
  5. I 1
  6. L 3
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

steriliseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. R 2
  5. I 2
  6. L 3
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

steriliseren in het kort

steriliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van steriliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort steriliseren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

steriliseren: gericht doden van micro-organismen op een oppervlak totdat de kans dat dergelijke organismen nog levend op het oppervlak aangetroffen worden, kleiner is dan 1 op een miljoen
Deel steriliseren — standaardnederlands.nl