klasseren
werkwoord /klɑˈserə(n)/Betekenis
- in een volgorde plaatsen
- in een categorie plaatsen
- (België) als beschermd monument aanwijzen
- (België) archiveren zonder verdere actie, seponeren
- zodanig presteren dat je aan het vervolg van een wedstrijd of toernooi mag meedoen
Hoe spreek je klasseren uit?
/klɑˈserən/
Klasseren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- als beschermd monument aanwijzen transitive
- archiveren zonder verdere actie, seponeren transitive
- zich klasseren zodanig presteren dat je aan het vervolg van een wedstrijd of toernooi mag meedoen reflexive
Vervoeging van klasseren
klasserenhele werkwoord — klasseerdeverleden tijd enkelvoud — klasseerdenverleden tijd meervoud — geklasseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klasseer | klasseerde |
| jij | klasseert | klasseerde |
| hij, zij, het | klasseert | klasseerde |
| wij | klasseren | klasseerden |
| jullie | klasseren | klasseerden |
| zij | klasseren | klasseerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geklasseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geklasseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geklasseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geklasseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geklasseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geklasseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geklasseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geklasseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geklasseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geklasseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geklasseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geklasseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklasseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklasseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklasseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geklasseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geklasseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geklasseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geklasseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklasseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klasseer | gebiedende wijs |
| klasseer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| klasseer u/je , klasseert je | gebiedende wijs |
| klasseerde | verleden tijd |
| klasseerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| klasseerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| klasseerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| klasseerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| klasseerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| klasseerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| klasseerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| klasseerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| klasseerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| klasseerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| klasseert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| klasseert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| klasseert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| klasseert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| klasseert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| klasseert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| klassere | aanvoegende wijs |
| klassere zich | aanvoegende wijs |
| klasseren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| klasseren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| klasseren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| klasserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geklasseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klasseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klasseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geklasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geklasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geklasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geklasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geklasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geklasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geklasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geklasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geklasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geklasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me klasseren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich klasseren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je klasseren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich geklasseerd hebben | verleden tijd |
| zich klasserend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geklasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geklasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geklasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
van Frans classer "indelen in een categorie" (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van klasseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklasseerd | voltooid deelwoord | klasseren |
| klasseer | gebiedende wijs | klasseren |
| klasseerde | verleden tijd | klasseren |
| klasseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klasseren |
| klasseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klasseren |
| klassere | aanvoegende wijs | klasseren |
| klasserend | onvoltooid deelwoord | klasseren |
| klasserende | woordvorm | klasseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klasseren zijn vastgelegd.