Naar de inhoud

declasseren

uit een lijst of rangorde schrappen, in een lagere klasse plaatsen, aan lager wal brengen

declasseren

werkwoord

Betekenis

  1. uit een lijst of rangorde schrappen, in een lagere klasse plaatsen, aan lager wal brengen
  2. overtroeven, vernederen, wegspelen

Vervoeging van declasseren

declasserenhele werkwoord — declasseerdeverleden tijd enkelvoud — declasseerdenverleden tijd meervoud — gedeclasseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik declasseer declasseerde
jij declasseert declasseerde
hij, zij, het declasseert declasseerde
wij declasseren declasseerden
jullie declasseren declasseerden
zij declasseren declasseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
declasseer gebiedende wijs
declasseerde verleden tijd
declassere aanvoegende wijs
declasserend onvoltooid, deelwoord
er is gedeclasseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedeclasseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedeclasseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedeclasseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedeclasseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedeclasseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedeclasseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedeclasseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedeclasseerd verleden tijd, deelwoord
gedeclasseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedeclasseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedeclasseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeclasseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeclasseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeclasseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedeclasseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedeclasseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedeclasseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedeclasseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedeclasseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te declasseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedeclasseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen declasseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedeclasseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedeclasseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedeclasseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeclasseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedeclasseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt declasseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedeclasseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedeclasseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen declasseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedeclasseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedeclasseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedeclasseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult declasseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedeclasseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedeclasseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedeclasseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uit een lijst schrappen’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Woordfamilie van declasseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
declasseer gebiedende wijs declasseren
declasseerde verleden tijd declasseren
declasseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon declasseren
declasseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon declasseren
declassere aanvoegende wijs declasseren
declasserend onvoltooid deelwoord declasseren
declasserende woordvorm declasseren
gedeclasseerd voltooid deelwoord declasseren
gedeclasseerde woordvorm declasseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van declasseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over declasseren

Wat betekent declasseren?
Declasseren is een werkwoord. Het woord betekent: uit een lijst of rangorde schrappen, in een lagere klasse plaatsen, aan lager wal brengen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je declasseren?
Je vervoegt declasseren als volgt: de tegenwoordige tijd is declasseer, de verleden tijd is declasseerde en het voltooid deelwoord is gedeclasseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord declasseren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. L 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

declasseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. L 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

declasseren in het kort

declasseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van declasseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort declasseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

declasseren: uit een lijst of rangorde schrappen, in een lagere klasse plaatsen, aan lager wal brengen
Deel declasseren — standaardnederlands.nl