declasseren
werkwoordBetekenis
- uit een lijst of rangorde schrappen, in een lagere klasse plaatsen, aan lager wal brengen
- overtroeven, vernederen, wegspelen
Vervoeging van declasseren
declasserenhele werkwoord — declasseerdeverleden tijd enkelvoud — declasseerdenverleden tijd meervoud — gedeclasseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | declasseer | declasseerde |
| jij | declasseert | declasseerde |
| hij, zij, het | declasseert | declasseerde |
| wij | declasseren | declasseerden |
| jullie | declasseren | declasseerden |
| zij | declasseren | declasseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| declasseer | gebiedende wijs |
| declasseerde | verleden tijd |
| declassere | aanvoegende wijs |
| declasserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedeclasseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedeclasseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedeclasseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedeclasseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedeclasseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedeclasseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedeclasseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedeclasseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedeclasseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedeclasseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedeclasseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedeclasseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeclasseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeclasseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeclasseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedeclasseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedeclasseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedeclasseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedeclasseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeclasseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te declasseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedeclasseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen declasseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedeclasseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedeclasseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedeclasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeclasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedeclasseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedeclasseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedeclasseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen declasseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedeclasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeclasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeclasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult declasseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedeclasseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedeclasseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedeclasseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uit een lijst schrappen’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van declasseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| declasseer | gebiedende wijs | declasseren |
| declasseerde | verleden tijd | declasseren |
| declasseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | declasseren |
| declasseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | declasseren |
| declassere | aanvoegende wijs | declasseren |
| declasserend | onvoltooid deelwoord | declasseren |
| declasserende | woordvorm | declasseren |
| gedeclasseerd | voltooid deelwoord | declasseren |
| gedeclasseerde | woordvorm | declasseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van declasseren zijn vastgelegd.