Naar de inhoud

insinueren

iemand ergens van beschuldigen zonder dat duidelijk te zeggen

insinueren

werkwoord ˌɪnsinyˈwerə(n)

Betekenis

  1. iemand ergens van beschuldigen zonder dat duidelijk te zeggen

Hoe spreek je insinueren uit?

/ˌɪnsinyˈwerən/

Insinueren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌɪnsinyˈwerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
s sok
i riet
y fuut
w quiz
e veel
r rood
ə de
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van insinueren

insinuerenhele werkwoord — insinueerdeverleden tijd enkelvoud — insinueerdenverleden tijd meervoud — geïnsinueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik insinueer insinueerde
jij insinueert insinueerde
hij, zij, het insinueert insinueerde
wij insinueren insinueerden
jullie insinueren insinueerden
zij insinueren insinueerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnsinueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnsinueerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnsinueerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnsinueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnsinueerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnsinueerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnsinueerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnsinueerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnsinueerd verleden tijd, deelwoord
geïnsinueerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnsinueerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnsinueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnsinueerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnsinueerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnsinueerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnsinueerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnsinueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnsinueerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnsinueerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnsinueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
insinueer gebiedende wijs
insinueerde verleden tijd
insinuere aanvoegende wijs
insinuerend onvoltooid, deelwoord
is geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnsinueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te insinueren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen insinueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnsinueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnsinueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnsinueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnsinueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnsinueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnsinueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnsinueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt insinueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnsinueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnsinueerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnsinueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen insinueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnsinueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnsinueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnsinueerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult insinueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bedekt aantijgen’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Woordfamilie van insinueren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnsinueerd voltooid deelwoord insinueren
geïnsinueerde woordvorm insinueren
insinueer gebiedende wijs insinueren
insinueerde verleden tijd insinueren
insinueerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon insinueren
insinueert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon insinueren
insinuere aanvoegende wijs insinueren
insinuerend onvoltooid deelwoord insinueren
insinuerende woordvorm insinueren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insinueren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over insinueren

Hoe spreek ik insinueren uit?
Zo spreek je insinueren uit: /ˌɪnsinyˈwerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van insinueren?
Insinueren is een werkwoord. De betekenis is: iemand ergens van beschuldigen zonder dat duidelijk te zeggen.
Hoe vervoeg ik insinueren?
Zo vervoeg je insinueren zo: de tegenwoordige tijd is insinueer, de verleden tijd is insinueerde en het voltooid deelwoord is geïnsinueerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op insinueren?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op insinueren, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord insinueren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. I 1
  5. N 1
  6. U 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

insinueren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. I 2
  5. N 1
  6. U 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

insinueren in het kort

insinueren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van insinueren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort insinueren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

insinueren: iemand ergens van beschuldigen zonder dat duidelijk te zeggen
Deel insinueren — standaardnederlands.nl