insisteren
werkwoordBetekenis
- aandringen
Vervoeging van insisteren
insisterenhele werkwoord — insisteerdeverleden tijd enkelvoud — insisteerdenverleden tijd meervoud — geïnsisteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | insisteer | insisteerde |
| jij | insisteert | insisteerde |
| hij, zij, het | insisteert | insisteerde |
| wij | insisteren | insisteerden |
| jullie | insisteren | insisteerden |
| zij | insisteren | insisteerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnsisteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnsisteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnsisteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnsisteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnsisteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnsisteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| insisteer | gebiedende wijs |
| insisteerde | verleden tijd |
| insistere | aanvoegende wijs |
| insisterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geïnsisteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te insisteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen insisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnsisteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen insisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnsisteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult insisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aandringen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1630
Woordfamilie van insisteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnsisteerd | voltooid deelwoord | insisteren |
| insisteer | gebiedende wijs | insisteren |
| insisteerde | verleden tijd | insisteren |
| insisteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | insisteren |
| insisteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | insisteren |
| insistere | aanvoegende wijs | insisteren |
| insisterend | onvoltooid deelwoord | insisteren |
| insisterende | woordvorm | insisteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insisteren zijn vastgelegd.