Naar de inhoud

imploderen

in elkaar ploffen

imploderen

werkwoord ˌɪmploˈderə(n)

Betekenis

  1. in elkaar ploffen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je imploderen uit?

/ˌɪmploˈderən/

Imploderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌɪmploˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
p pak
l land
o boot
d dak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van imploderen

imploderenhele werkwoord — implodeerdeverleden tijd enkelvoud — implodeerdenverleden tijd meervoud — geïmplodeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik implodeer implodeerde
jij implodeert implodeerde
hij, zij, het implodeert implodeerde
wij imploderen implodeerden
jullie imploderen implodeerden
zij imploderen implodeerden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
geïmplodeerd verleden tijd, deelwoord
geïmplodeerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïmplodeerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
implodeer gebiedende wijs
implodeerde verleden tijd
implodere aanvoegende wijs
imploderend onvoltooid, deelwoord
is geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te imploderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn geïmplodeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen imploderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïmplodeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïmplodeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïmplodeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïmplodeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt imploderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen imploderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïmplodeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult imploderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van imploderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïmplodeerd voltooid deelwoord imploderen
geïmplodeerde woordvorm imploderen
implodeer gebiedende wijs imploderen
implodeerde verleden tijd imploderen
implodeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon imploderen
implodeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon imploderen
implodere aanvoegende wijs imploderen
imploderend onvoltooid deelwoord imploderen
imploderende woordvorm imploderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van imploderen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over imploderen

Hoe spreek ik imploderen uit?
Zo spreek je imploderen uit: /ˌɪmploˈderə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van imploderen?
Imploderen is een werkwoord. De betekenis is: in elkaar ploffen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik imploderen?
Zo vervoeg je imploderen zo: de tegenwoordige tijd is implodeer, de verleden tijd is implodeerde en het voltooid deelwoord is geïmplodeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op imploderen?

Imploderen rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord imploderen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. M 3
  3. P 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

imploderen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. M 3
  3. P 4
  4. L 3
  5. O 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

imploderen in het kort

imploderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van imploderen staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort imploderen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

imploderen: in elkaar ploffen
Deel imploderen — standaardnederlands.nl