implosie
zelfstandig naamwoord ɪmˈplosiBetekenis
- een zeer snel ineenklappen van een holle ruimte door overdruk van buitenaf, doorgaans met een knal, maar in principe zonder vuurverschijnselen.
- het reduceren van oude gebouwen tot een puinhoop door het opblazen van de steunende constructie-onderdelen
Hoe spreek je implosie uit?
/ɪmˈplosi/
Implosie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| p | pak |
| l | land |
| o | boot |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| implosies | meervoud |
| implosietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| implosietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ontploffing naar binnen toe’ voor het eerst aangetroffen in 1976
Woordfamilie van implosie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| implosies | meervoud | implosie |
| implosietje | verkleinwoord | implosie |
| implosietjes | verkleinwoord meervoud | implosie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van implosie zijn vastgelegd.