identificeren
werkwoord ˌidɛntifiˈserə(n)Betekenis
- de identiteit van iets vaststellen
- in zich ~ met: zich volkomen verbinden met, zich wijden aan (een idee, activiteit, e.d.)
- zijn of haar wettelijke identiteit of status aangeven of laten blijken (bijv. met een paspoort)
- in ~ als: zijn of haar etnische, culturele, sociale, religieuze of geslachtelijke/gender identiteit of affiniteit laten blijken
Hoe spreek je identificeren uit?
/ˌidɛntifiˈserən/
Identificeren bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| f | fiets |
| s | sok |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van identificeren
identificerenhele werkwoord — identificeerdeverleden tijd enkelvoud — identificeerdenverleden tijd meervoud — geïdentificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | identificeer | identificeerde |
| jij | identificeert | identificeerde |
| hij, zij, het | identificeert | identificeerde |
| wij | identificeren | identificeerden |
| jullie | identificeren | identificeerden |
| zij | identificeren | identificeerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïdentificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïdentificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïdentificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïdentificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïdentificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïdentificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïdentificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïdentificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïdentificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïdentificeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïdentificeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïdentificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïdentificeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïdentificeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïdentificeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïdentificeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïdentificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïdentificeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïdentificeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïdentificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| identificeer | gebiedende wijs |
| identificeer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| identificeer u/je , identificeert je | gebiedende wijs |
| identificeerde | verleden tijd |
| identificeerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| identificeerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| identificeerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| identificeerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| identificeerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| identificeerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| identificeerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| identificeerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| identificeerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| identificeerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| identificeert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| identificeert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| identificeert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| identificeert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| identificeert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| identificeert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| identificere | aanvoegende wijs |
| identificere zich | aanvoegende wijs |
| identificeren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| identificeren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| identificeren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| identificerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïdentificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te identificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen identificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïdentificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïdentificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïdentificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïdentificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïdentificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïdentificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïdentificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me identificeren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich identificeren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je identificeren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich geïdentificeerd hebben | verleden tijd |
| zich identificerend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïdentificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïdentificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïdentificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt identificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïdentificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïdentificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïdentificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïdentificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
waarschijnlijk ontleend aan Duits identifizieren, naar het voorbeeld uit middeleeuws Latijn identificare “tot hetzelfde maken”, “doen gelijken op”) vernederlandst met "-ficeren" zoals in falsificeren en specificeren ; in de moderne betekenis van ‘de identiteit vaststellen’ voor het eerst aangetroffen in 1824 **[5] leenvertaling van Engels identify
Woordfamilie van identificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïdentificeerd | voltooid deelwoord | identificeren |
| geïdentificeerde | woordvorm | identificeren |
| identificeer | gebiedende wijs | identificeren |
| identificeerde | verleden tijd | identificeren |
| identificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | identificeren |
| identificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | identificeren |
| identificere | aanvoegende wijs | identificeren |
| identificerend | onvoltooid deelwoord | identificeren |
| identificerende | woordvorm | identificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van identificeren zijn vastgelegd.