Naar de inhoud

exposeren

iets laten zien aan bezoekers van een expositie

exposeren

werkwoord /ɛkspo'zerə(n)/

Betekenis

  1. iets laten zien aan bezoekers van een expositie
  2. publiekelijk uiten

Hoe spreek je exposeren uit?

/ɛkspoˈzerən/

Exposeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ɛkspoˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɛ bed
k kat
s sok
p pak
o boot
z zon
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van exposeren

exposerenhele werkwoord — exposeerdeverleden tijd enkelvoud — exposeerdenverleden tijd meervoud — geëxposeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik exposeer exposeerde
jij exposeert exposeerde
hij, zij, het exposeert exposeerde
wij exposeren exposeerden
jullie exposeren exposeerden
zij exposeren exposeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geëxposeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëxposeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëxposeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëxposeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëxposeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëxposeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëxposeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëxposeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
exposeer gebiedende wijs
exposeerde verleden tijd
exposere aanvoegende wijs
exposerend onvoltooid, deelwoord
geëxposeerd verleden tijd, deelwoord
geëxposeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxposeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxposeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxposeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxposeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxposeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxposeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxposeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxposeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxposeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxposeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te exposeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxposeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen exposeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt exposeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxposeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen exposeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult exposeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxposeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tentoonstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van exposeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
exposeer gebiedende wijs exposeren
exposeerde verleden tijd exposeren
exposeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon exposeren
exposeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon exposeren
exposere aanvoegende wijs exposeren
exposerend onvoltooid deelwoord exposeren
exposerende woordvorm exposeren
geëxposeerd voltooid deelwoord exposeren
geëxposeerde woordvorm exposeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exposeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over exposeren

Hoe spreek je exposeren uit?
De uitspraak van exposeren is: /ɛkspo'zerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent exposeren?
Exposeren is een werkwoord. Het woord betekent: iets laten zien aan bezoekers van een expositie. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je exposeren?
Je vervoegt exposeren als volgt: de tegenwoordige tijd is exposeer, de verleden tijd is exposeerde en het voltooid deelwoord is geëxposeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op exposeren?

Op exposeren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord exposeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 3
  4. O 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

exposeren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 4
  4. O 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

exposeren in het kort

exposeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van exposeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort exposeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

exposeren: iets laten zien aan bezoekers van een expositie
Deel exposeren — standaardnederlands.nl