exposant
zelfstandig naamwoord ɛkspo'zɑntBetekenis
- iemand die exposeert, een deelnemer aan een tentoonstelling
- deelnemende partij in een petitie, aanklacht, e.d., indiener van een bezwaarschrift, petitie, e.d.
Hoe spreek je exposant uit?
/ɛkspoˈzɑnt/
Exposant bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| exposanten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘die tentoonstelt’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Woordfamilie van exposant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exposanten | meervoud | exposant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exposant zijn vastgelegd.