Naar de inhoud

copuleren

geslachtsgemeenschap hebben

copuleren

werkwoord kopyˈlerə(n)

Betekenis

  1. geslachtsgemeenschap hebben

Hoe spreek je copuleren uit?

/kopyˈlerən/

Copuleren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /kopyˈlerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
o boot
p pak
y fuut
l land
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van copuleren

copulerenhele werkwoord — copuleerdeverleden tijd enkelvoud — copuleerdenverleden tijd meervoud — gecopuleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik copuleer copuleerde
jij copuleert copuleerde
hij, zij, het copuleert copuleerde
wij copuleren copuleerden
jullie copuleren copuleerden
zij copuleren copuleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
copuleer gebiedende wijs
copuleerde verleden tijd
copulere aanvoegende wijs
copulerend onvoltooid, deelwoord
er is gecopuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecopuleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecopuleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecopuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecopuleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecopuleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecopuleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecopuleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecopuleerd verleden tijd, deelwoord
gecopuleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecopuleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecopuleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecopuleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecopuleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecopuleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecopuleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecopuleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecopuleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecopuleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecopuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecopuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecopuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecopuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecopuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecopuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecopuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecopuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te copuleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecopuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen copuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecopuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecopuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecopuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecopuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecopuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecopuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecopuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecopuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecopuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecopuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecopuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt copuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecopuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecopuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen copuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecopuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecopuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecopuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult copuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecopuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecopuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecopuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

via Frans copuler ww (met het achtervoegsel -eren van Latijn copulare "verenigen, verbinden"; in de betekenis van ‘paren’ aangetroffen vanaf 1872

Woordfamilie van copuleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
copuleer gebiedende wijs copuleren
copuleerde verleden tijd copuleren
copuleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon copuleren
copuleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon copuleren
copulere aanvoegende wijs copuleren
copulerend onvoltooid deelwoord copuleren
copulerende woordvorm copuleren
gecopuleerd voltooid deelwoord copuleren
gecopuleerde woordvorm copuleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van copuleren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over copuleren

Hoe spreek ik copuleren uit?
Zo spreek je copuleren uit: /kopyˈlerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van copuleren?
Copuleren is een werkwoord. De betekenis is: geslachtsgemeenschap hebben.
Hoe vervoeg ik copuleren?
Zo vervoeg je copuleren zo: de tegenwoordige tijd is copuleer, de verleden tijd is copuleerde en het voltooid deelwoord is gecopuleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op copuleren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op copuleren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord copuleren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. P 3
  4. U 4
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

copuleren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. P 4
  4. U 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

copuleren in het kort

copuleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van copuleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort copuleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

copuleren: geslachtsgemeenschap hebben
Deel copuleren — standaardnederlands.nl