copulatie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het copuleren
- geslachtsgemeenschap, paring, coïtus
- entwijze waarbij de schuin afgesneden ent en stam tegen elkaar worden gelegd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| copulaties | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van copuleren met het achtervoegsel -atie
Woordfamilie van copulatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| copulaties | meervoud | copulatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van copulatie zijn vastgelegd.