continuo
zelfstandig naamwoord kɔnˈtinyˌwoBetekenis
- verkorting van “basso continuo”
- continuo, verkorting van basso continuo, basse continue
- constant,voortdurend, onophoudelijk, continu
- een continu voortgaande bas- en/of begeleidingspartij uit de baroktijd. Bij de opgeschreven grondtonen zijn de te spelen akkoorden aangegeven door middel van een cijfercode
Hoe spreek je continuo uit?
/kɔnˈtinyˌwo/
Continuo bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| y | fuut |
| w | quiz |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| continuo's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘aanhoudend’ voor het eerst aangetroffen in 1795
Woordfamilie van continuo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| continuo's | meervoud | continuo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van continuo zijn vastgelegd.