componeren
werkwoord ˌkɔmpoˈnerə(n)Betekenis
- een muziekstuk schrijven
- uit onderdelen een nieuw geheel maken
Hoe spreek je componeren uit?
/ˌkɔmpoˈnerən/
Componeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| o | boot |
| n | nek |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van componeren
componerenhele werkwoord — componeerdeverleden tijd enkelvoud — componeerdenverleden tijd meervoud — gecomponeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | componeer | componeerde |
| jij | componeert | componeerde |
| hij, zij, het | componeert | componeerde |
| wij | componeren | componeerden |
| jullie | componeren | componeerden |
| zij | componeren | componeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| componeer | gebiedende wijs |
| componeerde | verleden tijd |
| componere | aanvoegende wijs |
| componerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecomponeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecomponeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecomponeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecomponeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecomponeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecomponeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecomponeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecomponeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecomponeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecomponeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecomponeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecomponeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomponeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomponeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomponeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecomponeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecomponeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecomponeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecomponeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomponeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te componeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecomponeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen componeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecomponeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecomponeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecomponeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomponeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecomponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt componeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecomponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecomponeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen componeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecomponeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomponeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomponeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult componeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecomponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecomponeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecomponeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘samenstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1548
Woordfamilie van componeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| componeer | gebiedende wijs | componeren |
| componeerde | verleden tijd | componeren |
| componeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | componeren |
| componeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | componeren |
| componere | aanvoegende wijs | componeren |
| componerend | onvoltooid deelwoord | componeren |
| componerende | woordvorm | componeren |
| gecomponeerd | voltooid deelwoord | componeren |
| gecomponeerde | woordvorm | componeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van componeren zijn vastgelegd.