compensator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (regeltechniek) apparaat dat in staat is een verandering op te vangen. (te compenseren) Er ontstaat een zodanig regelend effect dat de oorspronkelijke verstoring wordt gecompenseerd en dus verminderd zonder dat er sprake is van terugkoppeling
zelfstandig naamwoord — masculine
- apparaat dat in staat is een verandering op te vangen. (te compenseren) Er ontstaat een zodanig regelend effect dat de oorspronkelijke verstoring wordt gecompenseerd en dus verminderd zonder dat er sprake is van terugkoppeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| compensatoren | meervoud |
| compensators | meervoud |
| compensatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| compensatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van compenseren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van compensator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| compensatoren | meervoud | compensator |
| compensators | meervoud | compensator |
| compensatortje | verkleinwoord | compensator |
| compensatortjes | verkleinwoord meervoud | compensator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van compensator zijn vastgelegd.