Naar de inhoud

beschieten

met geschut- of geweervuur bestoken

beschieten

werkwoord

Betekenis

  1. met geschut- of geweervuur bestoken
  2. (een oppervlak) bekleden

werkwoord

  1. bekleden transitive

Vervoeging van beschieten

beschietenhele werkwoord — beschootverleden tijd enkelvoud — beschotenverleden tijd meervoud — beschotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beschiet beschoot
jij beschiet beschoot
hij, zij, het beschiet beschoot
wij beschieten beschoten
jullie beschieten beschoten
zij beschieten beschoten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beschiet gebiedende wijs
beschiete aanvoegende wijs
beschietend onvoltooid, deelwoord
beschoot verleden tijd
beschoten verleden tijd, deelwoord
beschoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beschoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beschoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beschoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beschoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is beschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beschoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beschoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beschoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beschoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beschoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beschoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beschieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beschieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt beschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beschieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beschieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult beschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van schieten met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beschieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beschiet gebiedende wijs beschieten
beschiete aanvoegende wijs beschieten
beschietend onvoltooid deelwoord beschieten
beschietende woordvorm beschieten
beschoot verleden tijd beschieten
beschoten voltooid deelwoord beschieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beschieten

Wat is de betekenis van beschieten?
Beschieten is een werkwoord. De betekenis is: met geschut- of geweervuur bestoken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik beschieten?
Zo vervoeg je beschieten zo: de tegenwoordige tijd is beschiet, de verleden tijd is beschoot en het voltooid deelwoord is beschoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beschieten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. I 1
  7. E 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beschieten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. I 2
  7. E 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beschieten in het kort

beschieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van beschieten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beschieten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beschieten: met geschut- of geweervuur bestoken
Deel beschieten — standaardnederlands.nl