beschieten
werkwoordBetekenis
- met geschut- of geweervuur bestoken
- (een oppervlak) bekleden
werkwoord
- bekleden transitive
Vervoeging van beschieten
beschietenhele werkwoord — beschootverleden tijd enkelvoud — beschotenverleden tijd meervoud — beschotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beschiet | beschoot |
| jij | beschiet | beschoot |
| hij, zij, het | beschiet | beschoot |
| wij | beschieten | beschoten |
| jullie | beschieten | beschoten |
| zij | beschieten | beschoten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beschiet | gebiedende wijs |
| beschiete | aanvoegende wijs |
| beschietend | onvoltooid, deelwoord |
| beschoot | verleden tijd |
| beschoten | verleden tijd, deelwoord |
| beschoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beschoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beschoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beschoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beschoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beschoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beschoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beschoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beschoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beschoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is beschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beschoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beschoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beschoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beschoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beschoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beschoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beschoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beschieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beschoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beschoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beschoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beschoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beschoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beschoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beschoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt beschoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beschoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beschieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beschieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult beschoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beschoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beschoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van schieten met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beschiet | gebiedende wijs | beschieten |
| beschiete | aanvoegende wijs | beschieten |
| beschietend | onvoltooid deelwoord | beschieten |
| beschietende | woordvorm | beschieten |
| beschoot | verleden tijd | beschieten |
| beschoten | voltooid deelwoord | beschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschieten zijn vastgelegd.