Naar de inhoud

behoeden

iemand ~ voor voor een gevaar beschermen

behoeden

werkwoord bəˈhudə(n)

Betekenis

  1. iemand ~ voor voor een gevaar beschermen
  2. zich ~ voor zorgen dat men een fout vermijdt

Hoe spreek je behoeden uit?

/bəˈhudən/

Behoeden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈhudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
h hoed
u boek
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van behoeden

behoedenhele werkwoord — behoeddeverleden tijd enkelvoud — behoeddenverleden tijd meervoud — behoedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behoed behoedde
jij behoedt behoedde
hij, zij, het behoedt behoedde
wij behoeden behoedden
jullie behoeden behoedden
zij behoeden behoedden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
behoed gebiedende wijs
behoed verleden tijd, deelwoord
behoed me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
behoed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
behoed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
behoed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behoed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
behoed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behoed u/je , behoedt je gebiedende wijs
behoed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
behoed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
behoed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behoed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
behoed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behoedde verleden tijd
behoedde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
behoedde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
behoedde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
behoedde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
behoedde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
behoedde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
behoedde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
behoedden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
behoedden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
behoedden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
behoede aanvoegende wijs
behoede zich aanvoegende wijs
behoeden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
behoeden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
behoeden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
behoedend onvoltooid, deelwoord
behoedt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
behoedt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
behoedt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
behoedt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
behoedt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
behoedt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ben behoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is behoed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was behoed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd behoed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt behoed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal behoed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal behoed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou behoed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou behoed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had behoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had behoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had behoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden behoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden behoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden behoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt behoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb behoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behoed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben behoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben behoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is behoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te behoeden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben behoed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen behoeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart behoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren behoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren behoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren behoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was behoed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was behoed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was behoed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt behoed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word behoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden behoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden behoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden behoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt behoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt behoed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal behoed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behoed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal behoed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behoed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behoed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal behoed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behoed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behoeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal behoeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal behoeden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me behoeden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich behoeden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je behoeden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich behoed hebben verleden tijd
zich behoedend onvoltooid, deelwoord
zijn behoed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn behoed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt behoed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt behoed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behoed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behoed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behoeden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen behoed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behoed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behoed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behoed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Afgeleid van hoeden met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van behoeden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
behoed voltooid deelwoord behoeden
behoedde verleden tijd behoeden
behoedden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon behoeden
behoede aanvoegende wijs behoeden
behoedend onvoltooid deelwoord behoeden
behoedende woordvorm behoeden
behoedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon behoeden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behoeden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over behoeden

Hoe spreek je behoeden uit?
De uitspraak van behoeden is: /bəˈhudə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent behoeden?
Behoeden is een werkwoord. Het woord betekent: iemand ~ voor voor een gevaar beschermen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je behoeden?
Je vervoegt behoeden als volgt: de tegenwoordige tijd is behoed, de verleden tijd is behoedde en het voltooid deelwoord is behoed. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op behoeden?

Behoeden rijmt op 9 woorden op -oeden; voeden, bloeden en broeden bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op behoeden, uitspraak bəˈhudən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
voeden 2
bloeden 2
broeden 2
vermoeden 3
hoeden 2
vergoeden 3
joeden 2
levensmoeden 4
wederspoeden 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord behoeden is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

behoeden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

behoeden in het kort

behoeden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van behoeden zijn 102 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort behoeden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

behoeden: iemand ~ voor voor een gevaar beschermen
Deel behoeden — standaardnederlands.nl