antedateren
werkwoord ˌɑntədaˈterə(n)Betekenis
- van een eerdere datum zijn
- een eerdere datum op een document schrijven dan die van de huidige dag
Hoe spreek je antedateren uit?
/ˌɑntədaˈterən/
Antedateren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| d | dak |
| a | maan |
| e | veel |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van antedateren
antedaterenhele werkwoord — antedateerdeverleden tijd enkelvoud — antedateerdenverleden tijd meervoud — geantedateerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | antedateer | antedateerde |
| jij | antedateert | antedateerde |
| hij, zij, het | antedateert | antedateerde |
| wij | antedateren | antedateerden |
| jullie | antedateren | antedateerden |
| zij | antedateren | antedateerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| antedateer | gebiedende wijs |
| antedateerde | verleden tijd |
| antedatere | aanvoegende wijs |
| antedaterend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geantedateerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geantedateerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geantedateerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geantedateerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geantedateerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geantedateerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geantedateerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geantedateerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geantedateerd | verleden tijd, deelwoord |
| geantedateerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geantedateerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geantedateerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geantedateerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geantedateerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geantedateerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geantedateerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geantedateerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geantedateerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geantedateerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geantedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geantedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geantedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geantedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geantedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geantedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geantedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geantedateerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te antedateren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geantedateerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen antedateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geantedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geantedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geantedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geantedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geantedateerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geantedateerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geantedateerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geantedateerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geantedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geantedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geantedateerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geantedateerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geantedateerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen antedateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geantedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geantedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geantedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult antedateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geantedateerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geantedateerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geantedateerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van Frans antedater, op te vatten als afgeleid van dateren met het voorvoegsel ante-, in de betekenis van ‘voorzien van vroegere dagtekening’ voor het eerst aangetroffen in 1668
Woordfamilie van antedateren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antedateer | gebiedende wijs | antedateren |
| antedateerde | verleden tijd | antedateren |
| antedateerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | antedateren |
| antedateert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | antedateren |
| antedatere | aanvoegende wijs | antedateren |
| antedaterend | onvoltooid deelwoord | antedateren |
| antedaterende | woordvorm | antedateren |
| geantedateerd | voltooid deelwoord | antedateren |
| geantedateerde | woordvorm | antedateren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antedateren zijn vastgelegd.