antecedent
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ɑntəsəˈdɛntBetekenis
- de naam voor het woord waarnaar een ander woord, meestal een betrekkelijk voornaamwoord, verwijst
- (van een rivier) wanneer deze, ondanks een opheffing van het gebied waarin zij stroomt, haar bedding kan handhaven, door die in het stijgende landschap in te snijden
Hoe spreek je antecedent uit?
/ɑntəsəˈdɛnt/
Antecedent bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| s | sok |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| antecedenten | meervoud |
| antecedentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| antecedentjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- wanneer deze, ondanks een opheffing van het gebied waarin zij stroomt, haar bedding kan handhaven, door die in het stijgende landschap in te snijden
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorafgaand feit’ voor het eerst aangetroffen in 1862
Woordfamilie van antecedent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antecedente | woordvorm | antecedent |
| antecedenten | meervoud | antecedent |
| antecedentje | verkleinwoord | antecedent |
| antecedentjes | verkleinwoord meervoud | antecedent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antecedent zijn vastgelegd.