adderen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ɑˈderə(n)Betekenis
- optellen
- (nieuwe moleculen) vormen uit de samenvoeging van twee bestaande moleculen
Hoe spreek je adderen uit?
/ɑˈderən/
Adderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- vormen uit de samenvoeging van twee bestaande moleculen
Vervoeging van adderen
adderenhele werkwoord — addeerdeverleden tijd enkelvoud — addeerdenverleden tijd meervoud — geaddeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | addeer | addeerde |
| jij | addeert | addeerde |
| hij, zij, het | addeert | addeerde |
| wij | adderen | addeerden |
| jullie | adderen | addeerden |
| zij | adderen | addeerden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| addeer | gebiedende wijs |
| addeerde | verleden tijd |
| addere | aanvoegende wijs |
| adderend | onvoltooid, deelwoord |
| addéren | canonical |
| ben geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geaddeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geaddeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geaddeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geaddeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geaddeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geaddeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geaddeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geaddeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geaddeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geaddeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geaddeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geaddeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaddeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaddeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaddeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geaddeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geaddeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geaddeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geaddeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geaddeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geaddeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geaddeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geaddeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geaddeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geaddeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geaddeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaddeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te adderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geaddeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen adderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geaddeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geaddeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geaddeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geaddeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geaddeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geaddeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geaddeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geaddeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geaddeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaddeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geaddeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt adderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geaddeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geaddeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen adderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geaddeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaddeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaddeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult adderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geaddeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geaddeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geaddeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord adder
Woordfamilie van adderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| addeer | gebiedende wijs | adderen |
| addeerde | verleden tijd | adderen |
| addeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | adderen |
| addeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | adderen |
| addere | aanvoegende wijs | adderen |
| adderend | onvoltooid deelwoord | adderen |
| adderende | woordvorm | adderen |
| geaddeerd | voltooid deelwoord | adderen |
| geaddeerde | woordvorm | adderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adderen zijn vastgelegd.