Naar de inhoud

adderen

optellen

adderen is meer dan één woord

adderen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ɑˈderə(n)

Betekenis

  1. optellen
  2. (nieuwe moleculen) vormen uit de samenvoeging van twee bestaande moleculen

Hoe spreek je adderen uit?

/ɑˈderən/

Adderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɑˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
d dak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. vormen uit de samenvoeging van twee bestaande moleculen

Vervoeging van adderen

adderenhele werkwoord — addeerdeverleden tijd enkelvoud — addeerdenverleden tijd meervoud — geaddeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik addeer addeerde
jij addeert addeerde
hij, zij, het addeert addeerde
wij adderen addeerden
jullie adderen addeerden
zij adderen addeerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
addeer gebiedende wijs
addeerde verleden tijd
addere aanvoegende wijs
adderend onvoltooid, deelwoord
addéren canonical
ben geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geaddeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geaddeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geaddeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geaddeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geaddeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geaddeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geaddeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geaddeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geaddeerd verleden tijd, deelwoord
geaddeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaddeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaddeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaddeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaddeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaddeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaddeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaddeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaddeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaddeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geaddeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geaddeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geaddeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geaddeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geaddeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geaddeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geaddeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaddeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te adderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geaddeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen adderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geaddeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaddeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geaddeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaddeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geaddeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geaddeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geaddeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geaddeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geaddeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaddeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geaddeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt adderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geaddeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaddeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen adderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaddeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaddeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaddeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult adderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geaddeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaddeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaddeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord adder

Woordfamilie van adderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
addeer gebiedende wijs adderen
addeerde verleden tijd adderen
addeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon adderen
addeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon adderen
addere aanvoegende wijs adderen
adderend onvoltooid deelwoord adderen
adderende woordvorm adderen
geaddeerd voltooid deelwoord adderen
geaddeerde woordvorm adderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over adderen

Hoe spreek ik adderen uit?
Zo spreek je adderen uit: /ɑˈderə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van adderen?
Adderen is een werkwoord. De betekenis is: optellen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik adderen?
Zo vervoeg je adderen zo: de tegenwoordige tijd is addeer, de verleden tijd is addeerde en het voltooid deelwoord is geaddeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op adderen?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op adderen, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord adderen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. D 2
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

adderen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. D 2
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

adderen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

adderen in het kort

adderen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van adderen staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort adderen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

adderen: optellen
Deel adderen — standaardnederlands.nl