overeenkomen
werkwoordBetekenis
- ~ met iets vergelijkbaars vertegenwoordigen
- tot een bindende afspraak komen
Vervoeging van overeenkomen
overeenkomenhele werkwoord — kwam overeenverleden tijd enkelvoud — kwamen overeenverleden tijd meervoud — overeengekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom overeen | kwam overeen |
| jij | komt overeen | kwaamt overeen |
| hij, zij, het | komt overeen | kwam overeen |
| wij | komen overeen | kwamen overeen |
| jullie | komen overeen | kwamen overeen |
| zij | komen overeen | kwamen overeen |
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overeengekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overeengekomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overeengekomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overeengekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overeengekomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overeengekomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overeengekomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overeengekomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom overeen | gebiedende wijs |
| kwam overeen | verleden tijd |
| overeen te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overeen te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeen zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| overeen zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| overeen zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| overeen zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| overeen zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeen zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| overeen zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| overeengekomen | verleden tijd, deelwoord |
| overeengekomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overeengekomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overeengekomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeengekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeengekomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overeengekomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overeengekomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overeengekomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeengekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeengekomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overeenkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overeenkomend | onvoltooid, deelwoord |
| overeenkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overeenkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| overeenkwam | bijzin, verleden tijd |
| overeenkwamen | bijzin, verleden tijd |
| te zijn overeengekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overeenkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overeengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overeengekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overeengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overeengekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overeengekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overeengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overeengekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overeengekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overeenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overeengekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overeengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overeenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overeenkomen overeen zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overeenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overeengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overeenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overeenkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overeenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult overeengekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overeengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overeenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overeenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal overeenkomen overeen zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van overeen en komen
Woordfamilie van overeenkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom overeen | gebiedende wijs | overeenkomen |
| kome overeen | woordvorm | overeenkomen |
| komen overeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overeenkomen |
| komt overeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overeenkomen |
| kwam overeen | verleden tijd | overeenkomen |
| kwamen overeen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overeenkomen |
| overeengekomen | voltooid deelwoord | overeenkomen |
| overeenkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overeenkomen |
| overeenkome | with-subordinate-clause | overeenkomen |
| overeenkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overeenkomen |
| overeenkwam | subordinate-clause, verleden tijd | overeenkomen |
| overeenkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | overeenkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overeenkomen zijn vastgelegd.