Naar de inhoud

overeenkomen

~ met iets vergelijkbaars vertegenwoordigen

overeenkomen

werkwoord

Betekenis

  1. ~ met iets vergelijkbaars vertegenwoordigen
  2. tot een bindende afspraak komen

Vervoeging van overeenkomen

overeenkomenhele werkwoord — kwam overeenverleden tijd enkelvoud — kwamen overeenverleden tijd meervoud — overeengekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom overeen kwam overeen
jij komt overeen kwaamt overeen
hij, zij, het komt overeen kwam overeen
wij komen overeen kwamen overeen
jullie komen overeen kwamen overeen
zij komen overeen kwamen overeen
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overeengekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overeengekomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overeengekomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overeengekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overeengekomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overeengekomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overeengekomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overeengekomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom overeen gebiedende wijs
kwam overeen verleden tijd
overeen te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeen te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeen zal komen bijzin, toekomende tijd
overeen zou komen bijzin, voorwaardelijk
overeen zouden komen bijzin, voorwaardelijk
overeen zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
overeen zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeen zullen komen bijzin, toekomende tijd
overeen zult komen bijzin, toekomende tijd
overeengekomen verleden tijd, deelwoord
overeengekomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeengekomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeengekomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengekomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengekomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overeengekomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overeengekomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeengekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeengekomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeenkom bijzin, tegenwoordige tijd
overeenkomend onvoltooid, deelwoord
overeenkomt bijzin, tegenwoordige tijd
overeenkwaamt bijzin, verleden tijd
overeenkwam bijzin, verleden tijd
overeenkwamen bijzin, verleden tijd
te zijn overeengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overeenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overeengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overeengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overeengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overeengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overeengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overeengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overeengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overeengekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overeenkomen bijzin, toekomende tijd
zijn overeengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overeengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overeenkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overeenkomen overeen zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overeenkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overeengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overeenkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overeenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overeenkomen bijzin, toekomende tijd
zult overeengekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overeengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overeenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overeenkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal overeenkomen overeen zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van overeen en komen

Woordfamilie van overeenkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom overeen gebiedende wijs overeenkomen
kome overeen woordvorm overeenkomen
komen overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overeenkomen
komt overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overeenkomen
kwam overeen verleden tijd overeenkomen
kwamen overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overeenkomen
overeengekomen voltooid deelwoord overeenkomen
overeenkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd overeenkomen
overeenkome with-subordinate-clause overeenkomen
overeenkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overeenkomen
overeenkwam subordinate-clause, verleden tijd overeenkomen
overeenkwamen subordinate-clause, verleden tijd overeenkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overeenkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overeenkomen

Wat is de betekenis van overeenkomen?
Overeenkomen is een werkwoord. De betekenis is: ~ met iets vergelijkbaars vertegenwoordigen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overeenkomen?
Zo vervoeg je overeenkomen zo: het voltooid deelwoord is overeengekomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overeenkomen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. O 1
  10. M 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overeenkomen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. O 1
  10. M 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 zonder bonus
  14. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overeenkomen in het kort

overeenkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overeenkomen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overeenkomen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overeenkomen: ~ met iets vergelijkbaars vertegenwoordigen
Deel overeenkomen — standaardnederlands.nl