wegbombarderen
werkwoord wɛɣbɔmbɑrˈderə(n)Betekenis
- door bestoken met explosieven geheel wegvagen
Hoe spreek je wegbombarderen uit?
/wɛxbɔmbɑrˈderən/
Wegbombarderen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| d | dak |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegbombarderen
wegbombarderenhele werkwoord — bombardeerde wegverleden tijd enkelvoud — bombardeerden wegverleden tijd meervoud — weggebombardeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bombardeer weg | bombardeerde weg |
| jij | bombardeert weg | bombardeerde weg |
| hij, zij, het | bombardeert weg | bombardeerde weg |
| wij | bombarderen weg | bombardeerden weg |
| jullie | bombarderen weg | bombardeerden weg |
| zij | bombarderen weg | bombardeerden weg |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bombardeer weg | gebiedende wijs |
| bombardeerde weg | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggebombardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggebombardeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggebombardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggebombardeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegbombarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg te bombarderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen bombarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal bombarderen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou bombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden bombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt bombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen bombarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen bombarderen | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult bombarderen | bijzin, toekomende tijd |
| wegbombardeer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegbombardeerde | bijzin, verleden tijd |
| wegbombardeerden | bijzin, verleden tijd |
| wegbombardeert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegbombarderend | onvoltooid, deelwoord |
| weggebombardeerd | verleden tijd, deelwoord |
| weggebombardeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggebombardeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegbombarderen | bijzin, toekomende tijd |
| zal weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegbombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) wegbombarderen weg zou(dt) bombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegbombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegbombarderen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggebombardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen wegbombarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegbombarderen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult wegbombarderen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegbombarderen | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggebombardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal wegbombarderen weg zult/zal bombarderen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en bombarderen ww
Woordfamilie van wegbombarderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bombardeer weg | gebiedende wijs | wegbombarderen |
| bombardeerde weg | verleden tijd | wegbombarderen |
| bombardeerden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegbombarderen |
| bombardeert weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegbombarderen |
| bombardere weg | woordvorm | wegbombarderen |
| bombarderen weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegbombarderen |
| wegbombardeer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegbombarderen |
| wegbombardeerde | subordinate-clause, verleden tijd | wegbombarderen |
| wegbombardeerden | subordinate-clause, verleden tijd | wegbombarderen |
| wegbombardeert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegbombarderen |
| wegbombardere | with-subordinate-clause | wegbombarderen |
| wegbombarderend | onvoltooid deelwoord | wegbombarderen |
| wegbombarderende | woordvorm | wegbombarderen |
| weggebombardeerd | voltooid deelwoord | wegbombarderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegbombarderen zijn vastgelegd.