geveerd
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- van vering voorzien
- van vederen voorzien
- van bladeren met meerdere zijdelingse bladdelen
bijvoeglijk naamwoord
- met meerdere zijdelingse bladdelen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geveerde | verbogen, stellende trap |
| geveerds | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van veren
Vervoeging van geveerd
geveerdhele werkwoord
Herkomst
bn: pseudodeelwoord afgeleid van veer zn met het omvoegsel ge- -d
Woordfamilie van geveerd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geveerds | partitive, positive | geveerd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geveerd zijn vastgelegd.