transpireren
werkwoord ˌtrɑnspiˈrerə(n)Betekenis
- zweten
- waterdamp afscheiden
Hoe spreek je transpireren uit?
/ˌtrɑnspiˈrerən/
Transpireren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van transpireren
transpirerenhele werkwoord — transpireerdeverleden tijd enkelvoud — transpireerdenverleden tijd meervoud — getranspireerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | transpireer | transpireerde |
| jij | transpireert | transpireerde |
| hij, zij, het | transpireert | transpireerde |
| wij | transpireren | transpireerden |
| jullie | transpireren | transpireerden |
| zij | transpireren | transpireerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getranspireerd | verleden tijd, deelwoord |
| getranspireerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getranspireerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getranspireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getranspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getranspireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getranspireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getranspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getranspireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getranspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getranspireerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getranspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getranspireerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te transpireren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen transpireren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| transpireer | gebiedende wijs |
| transpireerde | verleden tijd |
| transpirere | aanvoegende wijs |
| transpirerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getranspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen transpireren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getranspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult transpireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zweten’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van transpireren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getranspireerd | voltooid deelwoord | transpireren |
| transpireer | gebiedende wijs | transpireren |
| transpireerde | verleden tijd | transpireren |
| transpireerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | transpireren |
| transpireert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | transpireren |
| transpirere | aanvoegende wijs | transpireren |
| transpirerend | onvoltooid deelwoord | transpireren |
| transpirerende | woordvorm | transpireren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transpireren zijn vastgelegd.