Naar de inhoud

superviseren

toezicht houden op

superviseren

werkwoord ˌsypərviˈzerə(n)

Betekenis

  1. toezicht houden op

Hoe spreek je superviseren uit?

/ˌsypərviˈzerən/

Superviseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌsypərviˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
y fuut
p pak
ə de
r rood
v vis
i riet
z zon
e veel
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van superviseren

superviserenhele werkwoord — superviseerdeverleden tijd enkelvoud — superviseerdenverleden tijd meervoud — gesuperviseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik superviseer superviseerde
jij superviseert superviseerde
hij, zij, het superviseert superviseerde
wij superviseren superviseerden
jullie superviseren superviseerden
zij superviseren superviseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesuperviseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesuperviseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesuperviseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesuperviseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesuperviseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesuperviseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesuperviseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesuperviseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesuperviseerd verleden tijd, deelwoord
gesuperviseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesuperviseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesuperviseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesuperviseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesuperviseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
superviseer gebiedende wijs
superviseerde verleden tijd
supervisere aanvoegende wijs
superviserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesuperviseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te superviseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen superviseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesuperviseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt superviseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen superviseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesuperviseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult superviseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Frans superviser (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van superviseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesuperviseerd voltooid deelwoord superviseren
gesuperviseerde woordvorm superviseren
superviseer gebiedende wijs superviseren
superviseerde verleden tijd superviseren
superviseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon superviseren
superviseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon superviseren
supervisere aanvoegende wijs superviseren
superviserend onvoltooid deelwoord superviseren
superviserende woordvorm superviseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van superviseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over superviseren

Hoe spreek ik superviseren uit?
Zo spreek je superviseren uit: /ˌsypərviˈzerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van superviseren?
Superviseren is een werkwoord. De betekenis is: toezicht houden op.
Hoe vervoeg ik superviseren?
Zo vervoeg je superviseren zo: de tegenwoordige tijd is superviseer, de verleden tijd is superviseerde en het voltooid deelwoord is gesuperviseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op superviseren?

Superviseren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord superviseren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. U 4
  3. P 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. V 4
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

superviseren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. U 2
  3. P 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. V 4
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

superviseren in het kort

superviseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van superviseren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort superviseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

superviseren: toezicht houden op
Deel superviseren — standaardnederlands.nl