remediëren
werkwoord ˌremediˈjerə(n)Betekenis
- iets herstellen wat niet goed werkt; iemand helpen die een (leer)beperking heeft
Hoe spreek je remediëren uit?
/ˌremediˈjerən/
Remediëren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| m | maan |
| d | dak |
| i | riet |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van remediëren
remediërenhele werkwoord — remedieerdeverleden tijd enkelvoud — remedieerdenverleden tijd meervoud — geremedieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | remedieer | remedieerde |
| jij | remedieert | remedieerde |
| hij, zij, het | remedieert | remedieerde |
| wij | remediëren | remedieerden |
| jullie | remediëren | remedieerden |
| zij | remediëren | remedieerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geremedieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geremedieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geremedieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geremedieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geremedieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geremedieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geremedieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geremedieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geremedieerd | verleden tijd, deelwoord |
| geremedieerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geremedieerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geremedieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geremedieerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geremedieerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geremedieerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geremedieerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geremedieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geremedieerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geremedieerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geremedieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geremedieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geremedieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geremedieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geremedieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geremedieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geremedieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geremedieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| remedieer | gebiedende wijs |
| remedieerde | verleden tijd |
| remediëre | aanvoegende wijs |
| remediërend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geremedieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te remediëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen remediëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geremedieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geremedieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geremedieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geremedieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geremedieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geremedieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geremedieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geremedieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geremedieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geremedieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geremedieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geremedieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geremedieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geremedieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geremedieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geremedieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen remediëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geremedieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geremedieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geremedieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult remediëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
via Middelnederlands van Oudfrans remedier; op te vatten als afgeleid van Frans remédier met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van remediëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geremedieerd | voltooid deelwoord | remediëren |
| geremedieerde | woordvorm | remediëren |
| remedieer | gebiedende wijs | remediëren |
| remedieerde | verleden tijd | remediëren |
| remedieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | remediëren |
| remedieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | remediëren |
| remediëre | aanvoegende wijs | remediëren |
| remediërend | onvoltooid deelwoord | remediëren |
| remediërende | woordvorm | remediëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van remediëren zijn vastgelegd.