recupereren
werkwoord ˌrekypəˈrerə(n)Betekenis
- opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning
- afval of iets wat is opgebruikt weer tot iets nuttigs omvormen
- opnieuw in bezit nemen, in beslag nemen omdat men er aanspraak op maakt
Hoe spreek je recupereren uit?
/ˌrekypəˈrerən/
Recupereren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| y | fuut |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- vooral: , opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning ergative
Vervoeging van recupereren
recupererenhele werkwoord — recupereerdeverleden tijd enkelvoud — recupereerdenverleden tijd meervoud — gerecupereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | recupereer | recupereerde |
| jij | recupereert | recupereerde |
| hij, zij, het | recupereert | recupereerde |
| wij | recupereren | recupereerden |
| jullie | recupereren | recupereerden |
| zij | recupereren | recupereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerecupereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerecupereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerecupereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerecupereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerecupereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerecupereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerecupereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerecupereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerecupereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerecupereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerecupereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerecupereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecupereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecupereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecupereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerecupereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerecupereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerecupereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerecupereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerecupereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| recupereer | gebiedende wijs |
| recupereerde | verleden tijd |
| recuperere | aanvoegende wijs |
| recupererend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerecupereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te recupereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen recupereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerecupereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerecupereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerecupereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecupereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerecupereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerecupereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerecupereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerecupereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerecupereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerecupereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen recupereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerecupereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerecupereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerecupereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult recupereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
via Middelnederlands recupereren van Frans récupérer ww (met het achtervoegsel -eren), in de betekenis van ‘terugwinnen, herstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Woordfamilie van recupereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerecupereerd | voltooid deelwoord | recupereren |
| gerecupereerde | woordvorm | recupereren |
| recupereer | gebiedende wijs | recupereren |
| recupereerde | verleden tijd | recupereren |
| recupereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | recupereren |
| recupereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | recupereren |
| recuperere | aanvoegende wijs | recupereren |
| recupererend | onvoltooid deelwoord | recupereren |
| recupererende | woordvorm | recupereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recupereren zijn vastgelegd.