Naar de inhoud

presteren

iets ~: een overtuigende sociale bijdrage leveren

presteren

werkwoord prɛsˈterə(n)

Betekenis

  1. iets ~: een overtuigende sociale bijdrage leveren
  2. het ~ om iets doen dat opzien baart in de slechte zin van het woord

Hoe spreek je presteren uit?

/prɛsˈterən/

Presteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /prɛsˈterən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
r rood
ɛ bed
s sok
t tak
e veel
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van presteren

presterenhele werkwoord — presteerdeverleden tijd enkelvoud — presteerdenverleden tijd meervoud — gepresteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik presteer presteerde
jij presteert presteerde
hij, zij, het presteert presteerde
wij presteren presteerden
jullie presteren presteerden
zij presteren presteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepresteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepresteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepresteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepresteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepresteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepresteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepresteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepresteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepresteerd verleden tijd, deelwoord
gepresteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepresteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepresteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepresteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepresteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepresteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepresteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepresteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepresteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
presteer gebiedende wijs
presteerde verleden tijd
prestere aanvoegende wijs
presterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepresteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te presteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen presteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepresteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt presteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen presteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepresteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult presteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘tot stand brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van presteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepresteerd voltooid deelwoord presteren
gepresteerde woordvorm presteren
presteer gebiedende wijs presteren
presteerde verleden tijd presteren
presteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon presteren
presteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon presteren
prestere aanvoegende wijs presteren
presterend onvoltooid deelwoord presteren
presterende woordvorm presteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van presteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over presteren

Hoe spreek je presteren uit?
De uitspraak van presteren is: /prɛsˈterə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent presteren?
Presteren is een werkwoord. Het woord betekent: iets ~: een overtuigende sociale bijdrage leveren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je presteren?
Je vervoegt presteren als volgt: de tegenwoordige tijd is presteer, de verleden tijd is presteerde en het voltooid deelwoord is gepresteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op presteren?

Presteren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord presteren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

presteren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

presteren in het kort

presteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van presteren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort presteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

presteren: iets ~: een overtuigende sociale bijdrage leveren
Deel presteren — standaardnederlands.nl