pousseren
werkwoord puˈserə(n)Betekenis
- vooruithelpen
- nadrukkelijk als aantrekkelijke mogelijkheid onder de aandacht brengen
Hoe spreek je pousseren uit?
/puˈserən/
Pousseren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| u | boek |
| s | sok |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van pousseren
pousserenhele werkwoord — pousseerdeverleden tijd enkelvoud — pousseerdenverleden tijd meervoud — gepousseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pousseer | pousseerde |
| jij | pousseert | pousseerde |
| hij, zij, het | pousseert | pousseerde |
| wij | pousseren | pousseerden |
| jullie | pousseren | pousseerden |
| zij | pousseren | pousseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepousseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepousseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepousseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepousseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepousseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepousseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepousseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepousseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepousseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepousseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepousseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepousseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepousseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepousseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepousseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepousseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepousseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepousseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepousseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepousseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepousseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepousseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepousseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepousseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pousseer | gebiedende wijs |
| pousseerde | verleden tijd |
| poussere | aanvoegende wijs |
| pousserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepousseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pousseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pousseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepousseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepousseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepousseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepousseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepousseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepousseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepousseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepousseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepousseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepousseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepousseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepousseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepousseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepousseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pousseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepousseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepousseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepousseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pousseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vooruit helpen’ voor het eerst aangetroffen in 1651
Woordfamilie van pousseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepousseerd | voltooid deelwoord | pousseren |
| gepousseerde | woordvorm | pousseren |
| pousseer | gebiedende wijs | pousseren |
| pousseerde | verleden tijd | pousseren |
| pousseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pousseren |
| pousseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pousseren |
| poussere | aanvoegende wijs | pousseren |
| pousserend | onvoltooid deelwoord | pousseren |
| pousserende | woordvorm | pousseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pousseren zijn vastgelegd.