mediteren
werkwoord ˌmediˈterə(n)Betekenis
- in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren
- in gedachten verzonken zijn
- een contemplatieve, vrome overdenking houden
Hoe spreek je mediteren uit?
/ˌmediˈterən/
Mediteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| d | dak |
| i | riet |
| t | tak |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van mediteren
mediterenhele werkwoord — mediteerdeverleden tijd enkelvoud — mediteerdenverleden tijd meervoud — gemediteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mediteer | mediteerde |
| jij | mediteert | mediteerde |
| hij, zij, het | mediteert | mediteerde |
| wij | mediteren | mediteerden |
| jullie | mediteren | mediteerden |
| zij | mediteren | mediteerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemediteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemediteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemediteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemediteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemediteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemediteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemediteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemediteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemediteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemediteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemediteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemediteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mediteer | gebiedende wijs |
| mediteerde | verleden tijd |
| meditere | aanvoegende wijs |
| mediterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemediteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mediteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mediteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemediteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mediteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemediteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mediteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘peinzen’ voor het eerst aangetroffen in 1360
Woordfamilie van mediteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemediteerd | voltooid deelwoord | mediteren |
| mediteer | gebiedende wijs | mediteren |
| mediteerde | verleden tijd | mediteren |
| mediteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mediteren |
| mediteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mediteren |
| meditere | aanvoegende wijs | mediteren |
| mediterend | onvoltooid deelwoord | mediteren |
| mediterende | woordvorm | mediteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mediteren zijn vastgelegd.