Naar de inhoud

medicaliseren

niet medische zaken onterecht benoemen en behandelen als een gezondheidsprobleem, zodat overbodig en nutteloos medisch handelen gestimuleerd worden

medicaliseren

werkwoord ˌmediˌkaliˈzerə(n)

Betekenis

  1. niet medische zaken onterecht benoemen en behandelen als een gezondheidsprobleem, zodat overbodig en nutteloos medisch handelen gestimuleerd worden

Hoe spreek je medicaliseren uit?

/ˌmediˌkaliˈzerən/

Medicaliseren bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.

De tekens in /ˌmediˌkaliˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
e veel
d dak
i riet
k kat
a maan
l land
z zon
r rood
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van medicaliseren

medicaliserenhele werkwoord — medicaliseerdeverleden tijd enkelvoud — medicaliseerdenverleden tijd meervoud — gemedicaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik medicaliseer medicaliseerde
jij medicaliseert medicaliseerde
hij, zij, het medicaliseert medicaliseerde
wij medicaliseren medicaliseerden
jullie medicaliseren medicaliseerden
zij medicaliseren medicaliseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemedicaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemedicaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemedicaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemedicaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemedicaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemedicaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemedicaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemedicaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemedicaliseerd verleden tijd, deelwoord
gemedicaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemedicaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemedicaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemedicaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemedicaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
medicaliseer gebiedende wijs
medicaliseerde verleden tijd
medicalisere aanvoegende wijs
medicaliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemedicaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te medicaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen medicaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemedicaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen medicaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemedicaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult medicaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Frans médicaliser, in de betekenis "ten onrechte als medisch probleem behandelen" aangetroffen vanaf 1978 (zie vindplaats hieronder)

Woordfamilie van medicaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemedicaliseerd voltooid deelwoord medicaliseren
gemedicaliseerde woordvorm medicaliseren
medicaliseer gebiedende wijs medicaliseren
medicaliseerde verleden tijd medicaliseren
medicaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon medicaliseren
medicaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon medicaliseren
medicalisere aanvoegende wijs medicaliseren
medicaliserend onvoltooid deelwoord medicaliseren
medicaliserende woordvorm medicaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van medicaliseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over medicaliseren

Hoe spreek je medicaliseren uit?
De uitspraak van medicaliseren is: /ˌmediˌkaliˈzerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent medicaliseren?
Medicaliseren is een werkwoord. Het woord betekent: niet medische zaken onterecht benoemen en behandelen als een gezondheidsprobleem, zodat overbodig en nutteloos medisch handelen gestimuleerd worden.
Hoe vervoeg je medicaliseren?
Je vervoegt medicaliseren als volgt: de tegenwoordige tijd is medicaliseer, de verleden tijd is medicaliseerde en het voltooid deelwoord is gemedicaliseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op medicaliseren?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op medicaliseren, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord medicaliseren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. I 1
  5. C 5
  6. A 1
  7. L 3
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

medicaliseren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. I 2
  5. C 5
  6. A 1
  7. L 3
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

medicaliseren in het kort

medicaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van medicaliseren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort medicaliseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

medicaliseren: niet medische zaken onterecht benoemen en behandelen als een gezondheidsprobleem, zodat overbodig en nutteloos medisch handelen gestimuleerd worden
Deel medicaliseren — standaardnederlands.nl