Naar de inhoud

liquideren

afwikkelen, verrekenen

liquideren

werkwoord likwiˈderə(n)

Betekenis

  1. afwikkelen, verrekenen
  2. opheffen
  3. uitroeien, uit de weg ruimen

Hoe spreek je liquideren uit?

/likwiˈderən/

Liquideren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /likwiˈderən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
i riet
k kat
w quiz
d dak
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als likwideren.

werkwoord

  1. uitroeien, uit de weg ruimen, vermoorden transitive

Vervoeging van liquideren

liquiderenhele werkwoord — liquideerdeverleden tijd enkelvoud — liquideerdenverleden tijd meervoud — geliquideerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik liquideer liquideerde
jij liquideert liquideerde
hij, zij, het liquideert liquideerde
wij liquideren liquideerden
jullie liquideren liquideerden
zij liquideren liquideerden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geliquideerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geliquideerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geliquideerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geliquideerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geliquideerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geliquideerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geliquideerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geliquideerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geliquideerd verleden tijd, deelwoord
geliquideerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geliquideerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geliquideerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geliquideerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geliquideerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geliquideerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geliquideerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geliquideerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geliquideerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geliquideerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geliquideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geliquideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geliquideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geliquideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geliquideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geliquideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geliquideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geliquideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
likwideren
liquideer gebiedende wijs
liquideerde verleden tijd
liquidere aanvoegende wijs
liquiderend onvoltooid, deelwoord
te hebben geliquideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te liquideren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen liquideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geliquideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geliquideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geliquideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geliquideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geliquideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geliquideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geliquideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geliquideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geliquideerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geliquideerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geliquideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geliquideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geliquideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt liquideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geliquideerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geliquideerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geliquideerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen liquideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geliquideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geliquideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geliquideerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult liquideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verrekenen, afwikkelen’ voor het eerst aangetroffen in 1544

Woordfamilie van liquideren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geliquideerd voltooid deelwoord liquideren
geliquideerde woordvorm liquideren
likwideren woordvorm liquideren
liquideer gebiedende wijs liquideren
liquideerde verleden tijd liquideren
liquideerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon liquideren
liquideert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon liquideren
liquiderend onvoltooid deelwoord liquideren
liquiderende woordvorm liquideren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van liquideren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over liquideren

Hoe spreek je liquideren uit?
De uitspraak van liquideren is: /likwiˈderə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent liquideren?
Liquideren is een werkwoord. Het woord betekent: afwikkelen, verrekenen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je liquideren?
Je vervoegt liquideren als volgt: de tegenwoordige tijd is liquideer, de verleden tijd is liquideerde en het voltooid deelwoord is geliquideerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op liquideren?

In dit woordenboek rijmen 395 woorden op -eren op liquideren, zoals abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord liquideren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. I 1
  3. Q 10
  4. U 4
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

liquideren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 138 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. I 2
  3. Q 10
  4. U 2
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 138 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Q) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

liquideren in het kort

liquideren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van liquideren zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort liquideren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

liquideren: afwikkelen, verrekenen
Deel liquideren — standaardnederlands.nl