Naar de inhoud

jeremiëren

luidkeels klagen, jammerklachten aanheffen

jeremiëren

werkwoord ˌjerəmiˈjerə(n)

Betekenis

  1. luidkeels klagen, jammerklachten aanheffen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je jeremiëren uit?

/ˌjerəmiˈjerən/

Jeremiëren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌjerəmiˈjerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
j ja
e veel
r rood
ə de
m maan
i riet
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van jeremiëren

jeremiërenhele werkwoord — jeremieerdeverleden tijd enkelvoud — jeremieerdenverleden tijd meervoud — gejeremieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jeremieer jeremieerde
jij jeremieert jeremieerde
hij, zij, het jeremieert jeremieerde
wij jeremiëren jeremieerden
jullie jeremiëren jeremieerden
zij jeremiëren jeremieerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejeremieerd verleden tijd, deelwoord
gejeremieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejeremieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejeremieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejeremieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejeremieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejeremieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejeremieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejeremieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejeremieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejeremieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejeremieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jeremieer gebiedende wijs
jeremieerde verleden tijd
jeremiëre aanvoegende wijs
jeremiërend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejeremieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jeremiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jeremiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejeremieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jeremiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejeremieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jeremiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

eponiem, afgeleid van Jeremia met het achtervoegsel -eren, een verwijzing naar de profeet uit het boek Jeremia in de Bijbel

Woordfamilie van jeremiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejeremieerd voltooid deelwoord jeremiëren
jeremieer gebiedende wijs jeremiëren
jeremieerde verleden tijd jeremiëren
jeremieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jeremiëren
jeremieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jeremiëren
jeremiëre aanvoegende wijs jeremiëren
jeremiërend onvoltooid deelwoord jeremiëren
jeremiërende woordvorm jeremiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jeremiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over jeremiëren

Hoe spreek ik jeremiëren uit?
Zo spreek je jeremiëren uit: /ˌjerəmiˈjerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van jeremiëren?
Jeremiëren is een werkwoord. De betekenis is: luidkeels klagen, jammerklachten aanheffen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik jeremiëren?
Zo vervoeg je jeremiëren zo: de tegenwoordige tijd is jeremieer, de verleden tijd is jeremieerde en het voltooid deelwoord is gejeremieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op jeremiëren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op jeremiëren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jeremiëren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jeremiëren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. M 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jeremiëren in het kort

jeremiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van jeremiëren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort jeremiëren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

jeremiëren: luidkeels klagen, jammerklachten aanheffen
Deel jeremiëren — standaardnederlands.nl