introduceren
werkwoord ˌɪntrodyˈserə(n)Betekenis
- iets nieuws inbrengen of invoeren in een bepaalde omgeving of een groter geheel
- (tijdelijk) een nieuw persoon toegang verschaffen tot een besloten gezelschap of voorziening
- iemand voor het eerst aan een publiek of groep mensen voorstellen
Hoe spreek je introduceren uit?
/ˌɪntrodyˈserən/
Introduceren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| d | dak |
| y | fuut |
| s | sok |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een nieuw persoon toegang verschaffen tot een besloten gezelschap of voorziening transitive
Vervoeging van introduceren
introducerenhele werkwoord — introduceerdeverleden tijd enkelvoud — introduceerdenverleden tijd meervoud — geïntroduceerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | introduceer | introduceerde |
| jij | introduceert | introduceerde |
| hij, zij, het | introduceert | introduceerde |
| wij | introduceren | introduceerden |
| jullie | introduceren | introduceerden |
| zij | introduceren | introduceerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïntroduceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïntroduceerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïntroduceerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïntroduceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïntroduceerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïntroduceerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïntroduceerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïntroduceerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïntroduceerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïntroduceerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïntroduceerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïntroduceerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntroduceerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntroduceerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntroduceerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïntroduceerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïntroduceerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïntroduceerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïntroduceerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïntroduceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| introduceer | gebiedende wijs |
| introduceerde | verleden tijd |
| introducere | aanvoegende wijs |
| introducerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïntroduceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te introduceren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen introduceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïntroduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïntroduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïntroduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntroduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïntroduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïntroduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïntroduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïntroduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïntroduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïntroduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen introduceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïntroduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïntroduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïntroduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult introduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
via Latijn intrōdūcere ww "binnnenvoeren", in de betekenis van ‘voorstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van introduceren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïntroduceerd | voltooid deelwoord | introduceren |
| geïntroduceerde | woordvorm | introduceren |
| introduceer | gebiedende wijs | introduceren |
| introduceerde | verleden tijd | introduceren |
| introduceerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | introduceren |
| introduceert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | introduceren |
| introducere | aanvoegende wijs | introduceren |
| introducerend | onvoltooid deelwoord | introduceren |
| introducerende | woordvorm | introduceren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van introduceren zijn vastgelegd.