informatiseren
werkwoord ˌɪnfɔrmatiˈzerə(n)Betekenis
- automatiseren met behulp van computers en informatiesystemen
Hoe spreek je informatiseren uit?
/ˌɪnfɔrmatiˈzerən/
Informatiseren bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van informatiseren
informatiserenhele werkwoord — informatiseerdeverleden tijd enkelvoud — informatiseerdenverleden tijd meervoud — geïnformatiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | informatiseer | informatiseerde |
| jij | informatiseert | informatiseerde |
| hij, zij, het | informatiseert | informatiseerde |
| wij | informatiseren | informatiseerden |
| jullie | informatiseren | informatiseerden |
| zij | informatiseren | informatiseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnformatiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnformatiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnformatiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnformatiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnformatiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnformatiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| informatiseer | gebiedende wijs |
| informatiseerde | verleden tijd |
| informatisere | aanvoegende wijs |
| informatiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geïnformatiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te informatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen informatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnformatiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen informatiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnformatiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult informatiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse informatiser (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van informatiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnformatiseerd | voltooid deelwoord | informatiseren |
| informatiseer | gebiedende wijs | informatiseren |
| informatiseerde | verleden tijd | informatiseren |
| informatiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | informatiseren |
| informatiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | informatiseren |
| informatisere | aanvoegende wijs | informatiseren |
| informatiserend | onvoltooid deelwoord | informatiseren |
| informatiserende | woordvorm | informatiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van informatiseren zijn vastgelegd.