Naar de inhoud

imponeren

ontzag inboezemen

imponeren

werkwoord ˌɪmpoˈnerə(n)

Betekenis

  1. ontzag inboezemen

Hoe spreek je imponeren uit?

/ˌɪmpoˈnerən/

Imponeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌɪmpoˈnerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
p pak
o boot
n nek
e veel
r rood
ə de
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van imponeren

imponerenhele werkwoord — imponeerdeverleden tijd enkelvoud — imponeerdenverleden tijd meervoud — geïmponeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik imponeer imponeerde
jij imponeert imponeerde
hij, zij, het imponeert imponeerde
wij imponeren imponeerden
jullie imponeren imponeerden
zij imponeren imponeerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geïmponeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïmponeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïmponeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïmponeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïmponeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïmponeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïmponeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïmponeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïmponeerd verleden tijd, deelwoord
geïmponeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïmponeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïmponeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïmponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïmponeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïmponeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïmponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïmponeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïmponeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïmponeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïmponeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
imponeer gebiedende wijs
imponeerde verleden tijd
imponere aanvoegende wijs
imponerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geïmponeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te imponeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen imponeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïmponeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt imponeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen imponeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïmponeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult imponeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontzag inboezemen’ voor het eerst aangetroffen in 1923

Woordfamilie van imponeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïmponeerd voltooid deelwoord imponeren
imponeer gebiedende wijs imponeren
imponeerde verleden tijd imponeren
imponeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon imponeren
imponeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon imponeren
imponere aanvoegende wijs imponeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van imponeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over imponeren

Hoe spreek ik imponeren uit?
Zo spreek je imponeren uit: /ˌɪmpoˈnerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van imponeren?
Imponeren is een werkwoord. De betekenis is: ontzag inboezemen.
Hoe vervoeg ik imponeren?
Zo vervoeg je imponeren zo: de tegenwoordige tijd is imponeer, de verleden tijd is imponeerde en het voltooid deelwoord is geïmponeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op imponeren?

Op imponeren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord imponeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. M 3
  3. P 3
  4. O 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

imponeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. M 3
  3. P 4
  4. O 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

imponeren in het kort

imponeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van imponeren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort imponeren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

imponeren: ontzag inboezemen
Deel imponeren — standaardnederlands.nl