illustreren
werkwoord ɪlʏˈstrerə(n)Betekenis
- van afbeeldingen voorzien
- toelichten met voorbeelden
Hoe spreek je illustreren uit?
/ɪlʏˈstrerən/
Illustreren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| l | land |
| ʏ | put |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| e | veel |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van illustreren
illustrerenhele werkwoord — illustreerdeverleden tijd enkelvoud — illustreerdenverleden tijd meervoud — geïllustreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | illustreer | illustreerde |
| jij | illustreert | illustreerde |
| hij, zij, het | illustreert | illustreerde |
| wij | illustreren | illustreerden |
| jullie | illustreren | illustreerden |
| zij | illustreren | illustreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïllustreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïllustreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïllustreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïllustreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïllustreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïllustreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïllustreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïllustreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïllustreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïllustreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïllustreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïllustreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïllustreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïllustreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïllustreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïllustreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïllustreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïllustreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïllustreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïllustreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| illustreer | gebiedende wijs |
| illustreerde | verleden tijd |
| illustrere | aanvoegende wijs |
| illustrerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïllustreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te illustreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen illustreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïllustreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïllustreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïllustreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïllustreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïllustreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïllustreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïllustreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïllustreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïllustreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïllustreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen illustreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïllustreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïllustreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïllustreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult illustreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met afbeeldingen voorzien, toelichten’ voor het eerst aangetroffen in 1548
Woordfamilie van illustreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïllustreerd | voltooid deelwoord | illustreren |
| illustreer | gebiedende wijs | illustreren |
| illustreerde | verleden tijd | illustreren |
| illustreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | illustreren |
| illustreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | illustreren |
| illustrere | aanvoegende wijs | illustreren |
| illustrerend | onvoltooid deelwoord | illustreren |
| illustrerende | woordvorm | illustreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van illustreren zijn vastgelegd.