Naar de inhoud

essayeren

het zilver- of goudgehalte van een voorwerp, munt of erts onderzoeken

essayeren

werkwoord /ɛsaˈjerə(n)/

Betekenis

  1. het zilver- of goudgehalte van een voorwerp, munt of erts onderzoeken
  2. je persoonlijke opvatting over een belangrijk onderwerp in een uitgebreid opstel uiteenzetten

Hoe spreek je essayeren uit?

/ɛsaˈjerən/

Essayeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ɛsaˈjerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɛ bed
s sok
a maan
j ja
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van essayeren

essayerenhele werkwoord — essayeerdeverleden tijd enkelvoud — essayeerdenverleden tijd meervoud — geëssayeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik essayeer essayeerde
jij essayeert essayeerde
hij, zij, het essayeert essayeerde
wij essayeren essayeerden
jullie essayeren essayeerden
zij essayeren essayeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geëssayeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëssayeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëssayeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëssayeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëssayeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëssayeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëssayeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëssayeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
essayeer gebiedende wijs
essayeerde verleden tijd
essayere aanvoegende wijs
essayerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geëssayeerd verleden tijd, deelwoord
geëssayeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëssayeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëssayeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëssayeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëssayeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëssayeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëssayeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëssayeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëssayeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëssayeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëssayeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëssayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëssayeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëssayeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëssayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëssayeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëssayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëssayeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te essayeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëssayeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen essayeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëssayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëssayeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëssayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëssayeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëssayeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëssayeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëssayeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëssayeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëssayeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëssayeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëssayeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt essayeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëssayeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëssayeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen essayeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëssayeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëssayeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëssayeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult essayeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëssayeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëssayeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëssayeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

[1] van het Frans essayer; op te vatten als afleiding van essaai met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van essayeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
essayeer gebiedende wijs essayeren
essayeerde verleden tijd essayeren
essayeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon essayeren
essayeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon essayeren
essayere aanvoegende wijs essayeren
essayerend onvoltooid deelwoord essayeren
essayerende woordvorm essayeren
geëssayeerd voltooid deelwoord essayeren
geëssayeerde woordvorm essayeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van essayeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over essayeren

Hoe spreek je essayeren uit?
De uitspraak van essayeren is: /ɛsaˈjerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent essayeren?
Essayeren is een werkwoord. Het woord betekent: het zilver- of goudgehalte van een voorwerp, munt of erts onderzoeken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je essayeren?
Je vervoegt essayeren als volgt: de tegenwoordige tijd is essayeer, de verleden tijd is essayeerde en het voltooid deelwoord is geëssayeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op essayeren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op essayeren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord essayeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. A 1
  5. Y 8
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

essayeren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. A 1
  5. Y 8
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Y) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

essayeren in het kort

essayeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van essayeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort essayeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

essayeren: het zilver- of goudgehalte van een voorwerp, munt of erts onderzoeken
Deel essayeren — standaardnederlands.nl