Naar de inhoud

domesticeren

dieren, planten of dingen geschikt maken voor gebruik door mensen / geschikt maken voor huishoudelijk gebruik

domesticeren

werkwoord ˌdomɛstiˈserə(n)

Betekenis

  1. dieren, planten of dingen geschikt maken voor gebruik door mensen / geschikt maken voor huishoudelijk gebruik

Hoe spreek je domesticeren uit?

/ˌdomɛstiˈserən/

Domesticeren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌdomɛstiˈserən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
m maan
ɛ bed
s sok
t tak
i riet
e veel
r rood
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. wilde dieren en planten geschikt maken voor (huishoudelijk) gebruik door mensen

Vervoeging van domesticeren

domesticerenhele werkwoord — domesticeerdeverleden tijd enkelvoud — domesticeerdenverleden tijd meervoud — gedomesticeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik domesticeer domesticeerde
jij domesticeert domesticeerde
hij, zij, het domesticeert domesticeerde
wij domesticeren domesticeerden
jullie domesticeren domesticeerden
zij domesticeren domesticeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
domesticeer gebiedende wijs
domesticeerde verleden tijd
domesticere aanvoegende wijs
domesticerend onvoltooid, deelwoord
er is gedomesticeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedomesticeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedomesticeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedomesticeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedomesticeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedomesticeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedomesticeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedomesticeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedomesticeerd verleden tijd, deelwoord
gedomesticeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedomesticeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedomesticeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedomesticeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedomesticeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedomesticeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedomesticeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedomesticeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedomesticeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedomesticeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedomesticeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te domesticeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedomesticeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen domesticeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedomesticeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedomesticeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedomesticeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedomesticeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedomesticeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedomesticeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedomesticeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen domesticeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedomesticeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedomesticeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedomesticeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult domesticeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedomesticeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedomesticeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedomesticeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Terugvorming uit domesticatie, onder invloed van Frans domestiquer en Duits domestizieren.

Woordfamilie van domesticeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
domesticeer gebiedende wijs domesticeren
domesticeerde verleden tijd domesticeren
domesticeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon domesticeren
domesticeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon domesticeren
domesticere aanvoegende wijs domesticeren
domesticerend onvoltooid deelwoord domesticeren
domesticerende woordvorm domesticeren
gedomesticeerd voltooid deelwoord domesticeren
gedomesticeerde woordvorm domesticeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van domesticeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over domesticeren

Hoe spreek ik domesticeren uit?
Zo spreek je domesticeren uit: /ˌdomɛstiˈserə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van domesticeren?
Domesticeren is een werkwoord. De betekenis is: dieren, planten of dingen geschikt maken voor gebruik door mensen / geschikt maken voor huishoudelijk gebruik. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik domesticeren?
Zo vervoeg je domesticeren zo: de tegenwoordige tijd is domesticeer, de verleden tijd is domesticeerde en het voltooid deelwoord is gedomesticeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op domesticeren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op domesticeren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord domesticeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. I 1
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

domesticeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. I 2
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

domesticeren in het kort

domesticeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van domesticeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort domesticeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

domesticeren: dieren, planten of dingen geschikt maken voor gebruik door mensen / geschikt maken voor huishoudelijk gebruik
Deel domesticeren — standaardnederlands.nl