demonstreren
werkwoord ˌdemɔnˈstrerə(n)Betekenis
- iets voordoen of duidelijk laten zien
- een bewijsvoering leveren
- machtsvertoon tentoonspreiden om de vijand te intimideren
- een massa op de been brengen om een politieke wens kracht bij te zetten, op straat als menigte je mening uiten
Hoe spreek je demonstreren uit?
/ˌdemɔnˈstrerən/
Demonstreren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| m | maan |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van demonstreren
demonstrerenhele werkwoord — demonstreerdeverleden tijd enkelvoud — demonstreerdenverleden tijd meervoud — gedemonstreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | demonstreer | demonstreerde |
| jij | demonstreert | demonstreerde |
| hij, zij, het | demonstreert | demonstreerde |
| wij | demonstreren | demonstreerden |
| jullie | demonstreren | demonstreerden |
| zij | demonstreren | demonstreerden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| demonstreer | gebiedende wijs |
| demonstreerde | verleden tijd |
| demonstrere | aanvoegende wijs |
| demonstrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedemonstreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedemonstreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedemonstreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedemonstreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedemonstreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedemonstreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedemonstreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedemonstreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedemonstreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedemonstreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedemonstreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedemonstreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedemonstreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedemonstreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedemonstreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedemonstreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedemonstreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedemonstreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedemonstreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedemonstreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te demonstreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedemonstreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen demonstreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedemonstreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedemonstreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gedemonstreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gedemonstreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedemonstreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedemonstreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedemonstreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedemonstreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedemonstreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedemonstreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedemonstreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedemonstreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedemonstreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen demonstreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedemonstreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedemonstreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult demonstreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedemonstreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
[1] Een formele ontlening uit het Latijn, mogelijk via het Oudfrans demonstrer in de betekenis van 'aantonen', sinds 980.
Woordfamilie van demonstreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| demonstreer | gebiedende wijs | demonstreren |
| demonstreerde | verleden tijd | demonstreren |
| demonstreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | demonstreren |
| demonstreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | demonstreren |
| demonstrere | aanvoegende wijs | demonstreren |
| demonstrerend | onvoltooid deelwoord | demonstreren |
| demonstrerende | woordvorm | demonstreren |
| gedemonstreerd | voltooid deelwoord | demonstreren |
| gedemonstreerde | woordvorm | demonstreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van demonstreren zijn vastgelegd.