Naar de inhoud

debiliseren

debiel maken of worden

debiliseren

werkwoord ˌdebiliˈzerə(n)

Betekenis

  1. debiel maken of worden

Hoe spreek je debiliseren uit?

/ˌdebiliˈzerən/

Debiliseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ˌdebiliˈzerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
e veel
b bak
i riet
l land
z zon
r rood
ə de
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. zwakker of zwakzinnig worden ergative
  2. zwakzinnig maken transitive
  3. worden gepresenteerd alsof het publiek stompzinnig is transitive

Vervoeging van debiliseren

debiliserenhele werkwoord — debiliseerdeverleden tijd enkelvoud — debiliseerdenverleden tijd meervoud — gedebiliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik debiliseer debiliseerde
jij debiliseert debiliseerde
hij, zij, het debiliseert debiliseerde
wij debiliseren debiliseerden
jullie debiliseren debiliseerden
zij debiliseren debiliseerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
debiliseer gebiedende wijs
debiliseerde verleden tijd
debilisere aanvoegende wijs
debiliserend onvoltooid, deelwoord
er is gedebiliseerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gedebiliseerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gedebiliseerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gedebiliseerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gedebiliseerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gedebiliseerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gedebiliseerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gedebiliseerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedebiliseerd verleden tijd, deelwoord
gedebiliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedebiliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedebiliseerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebiliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebiliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedebiliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedebiliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedebiliseerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedebiliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedebiliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gedebiliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te debiliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn gedebiliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen debiliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedebiliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedebiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedebiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedebiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedebiliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedebiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedebiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen debiliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedebiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedebiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedebiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult debiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedebiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedebiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van debiel bn met het achtervoegsel -iseren

Woordfamilie van debiliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
debiliseer gebiedende wijs debiliseren
debiliseerde verleden tijd debiliseren
debiliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon debiliseren
debiliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon debiliseren
debilisere aanvoegende wijs debiliseren
debiliserend onvoltooid deelwoord debiliseren
debiliserende woordvorm debiliseren
gedebiliseerd voltooid deelwoord debiliseren
gedebiliseerde woordvorm debiliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van debiliseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over debiliseren

Hoe spreek ik debiliseren uit?
Zo spreek je debiliseren uit: /ˌdebiliˈzerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van debiliseren?
Debiliseren is een werkwoord. De betekenis is: debiel maken of worden. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik debiliseren?
Zo vervoeg je debiliseren zo: de tegenwoordige tijd is debiliseer, de verleden tijd is debiliseerde en het voltooid deelwoord is gedebiliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op debiliseren?

Debiliseren rijmt op 395 woorden op -eren; abonneren, controleren en centrifugeren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord debiliseren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. B 3
  4. I 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

debiliseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. B 4
  4. I 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

debiliseren in het kort

debiliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van debiliseren staan er 63 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort debiliseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

debiliseren: debiel maken of worden
Deel debiliseren — standaardnederlands.nl