centraliseren
werkwoord ˌsɛntraliˈzerə(n)Betekenis
- op één punt samenbrengen
Hoe spreek je centraliseren uit?
/ˌsɛntraliˈzerən/
Centraliseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| l | land |
| i | riet |
| z | zon |
| e | veel |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van centraliseren
centraliserenhele werkwoord — centraliseerdeverleden tijd enkelvoud — centraliseerdenverleden tijd meervoud — gecentraliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | centraliseer | centraliseerde |
| jij | centraliseert | centraliseerde |
| hij, zij, het | centraliseert | centraliseerde |
| wij | centraliseren | centraliseerden |
| jullie | centraliseren | centraliseerden |
| zij | centraliseren | centraliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| centraliseer | gebiedende wijs |
| centraliseerde | verleden tijd |
| centralisere | aanvoegende wijs |
| centraliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecentraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecentraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecentraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecentraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecentraliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecentraliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecentraliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecentraliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecentraliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecentraliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecentraliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecentraliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecentraliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecentraliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecentraliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecentraliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecentraliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecentraliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecentraliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecentraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te centraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecentraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen centraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecentraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecentraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecentraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecentraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecentraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecentraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecentraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen centraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecentraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecentraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecentraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult centraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecentraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecentraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecentraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in één punt samenbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1904
Woordfamilie van centraliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| centraliseer | gebiedende wijs | centraliseren |
| centraliseerde | verleden tijd | centraliseren |
| centraliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | centraliseren |
| centraliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | centraliseren |
| centralisere | aanvoegende wijs | centraliseren |
| centraliserend | onvoltooid deelwoord | centraliseren |
| centraliserende | woordvorm | centraliseren |
| gecentraliseerd | voltooid deelwoord | centraliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van centraliseren zijn vastgelegd.