Naar de inhoud

ageren

moeite doen om een meest politiek doel te bereiken

ageren

werkwoord aˈɣerə(n)

Betekenis

  1. moeite doen om een meest politiek doel te bereiken

Hoe spreek je ageren uit?

/aˈxerən/

Ageren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /aˈxerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
x acht
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. moeite doen om een - meestal politiek - doel te bereiken unergative

Vervoeging van ageren

agerenhele werkwoord — ageerdeverleden tijd enkelvoud — ageerdenverleden tijd meervoud — geageerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ageer ageerde
jij ageert ageerde
hij, zij, het ageert ageerde
wij ageren ageerden
jullie ageren ageerden
zij ageren ageerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ageer gebiedende wijs
ageerde verleden tijd
agere aanvoegende wijs
agerend onvoltooid, deelwoord
er is geageerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geageerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geageerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geageerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geageerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geageerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geageerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geageerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geageerd verleden tijd, deelwoord
geageerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geageerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geageerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geageerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geageerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geageerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geageerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geageerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geageerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geageerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geageerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te ageren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geageerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ageren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ageren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geageerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ageren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ageren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geageerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands ageren, op te vatten als gevormd met het achtervoegsel -eren van Latijn agere ww "doen, handelen"; in de betekenis van ‘optreden’ voor het eerst aangetroffen in 1490

Woordfamilie van ageren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ageer gebiedende wijs ageren
ageerde verleden tijd ageren
ageerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ageren
ageert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ageren
agere aanvoegende wijs ageren
agerend onvoltooid deelwoord ageren
agerende woordvorm ageren
geageerd voltooid deelwoord ageren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ageren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ageren

Hoe spreek je ageren uit?
De uitspraak van ageren is: /aˈɣerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent ageren?
Ageren is een werkwoord. Het woord betekent: moeite doen om een meest politiek doel te bereiken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ageren?
Je vervoegt ageren als volgt: de tegenwoordige tijd is ageer, de verleden tijd is ageerde en het voltooid deelwoord is geageerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ageren?

Er staan 395 woorden in dit woordenboek die op ageren rijmen, waaronder abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ageren is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. G 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ageren levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. G 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ageren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ageren in het kort

ageren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ageren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ageren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ageren: moeite doen om een meest politiek doel te bereiken
Deel ageren — standaardnederlands.nl