recidiveren
werkwoord ˌresidiˈverə(n)Betekenis
- nog een keer een strafbaar feit plegen na al één of meer keren te zijn veroordeelt
- weer ziek worden na genezen verklaard te zijn
Hoe spreek je recidiveren uit?
/ˌresidiˈverən/
Recidiveren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| s | sok |
| i | riet |
| d | dak |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- nog een keer een strafbaar feit plegen na al één of meer keren te zijn veroordeeld
Vervoeging van recidiveren
recidiverenhele werkwoord
Herkomst
afleiding van recidief
Woordfamilie van recidiveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerecidiveerd | woordvorm | recidiveren |
| recidiveer | woordvorm | recidiveren |
| recidiveerde | woordvorm | recidiveren |
| recidiveerden | woordvorm | recidiveren |
| recidiveert | woordvorm | recidiveren |
| recidivere | woordvorm | recidiveren |
| recidiverend | woordvorm | recidiveren |
| recidiverende | woordvorm | recidiveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recidiveren zijn vastgelegd.