recidivist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zich bij herhaling schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| recidivisten | meervoud |
| recidivistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| recidivistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘die fouten herhaalt’ voor het eerst aangetroffen in 1850
Woordfamilie van recidivist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| recidivisten | meervoud | recidivist |
| recidivistje | verkleinwoord | recidivist |
| recidivistjes | verkleinwoord meervoud | recidivist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recidivist zijn vastgelegd.