Naar de inhoud

motiveren

van argumenten voorzien

motiveren

werkwoord /moːtiˈveːrə(n)/

Betekenis

  1. van argumenten voorzien
  2. enthousiast maken

Hoe spreek je motiveren uit?

/motiˈverən/

Motiveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /motiˈverən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
o boot
t tak
i riet
v vis
e veel
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. van argumenten, gronden of redenen voorzien

Vervoeging van motiveren

motiverenhele werkwoord — motiveerdeverleden tijd enkelvoud — motiveerdenverleden tijd meervoud — gemotiveerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik motiveer motiveerde
jij motiveert motiveerde
hij, zij, het motiveert motiveerde
wij motiveren motiveerden
jullie motiveren motiveerden
zij motiveren motiveerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemotiveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemotiveerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemotiveerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemotiveerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemotiveerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemotiveerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemotiveerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemotiveerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemotiveerd verleden tijd, deelwoord
gemotiveerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemotiveerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemotiveerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemotiveerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemotiveerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemotiveerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemotiveerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemotiveerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemotiveerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemotiveerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemotiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemotiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemotiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemotiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemotiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemotiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemotiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemotiveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
motiveer gebiedende wijs
motiveerde verleden tijd
motivere aanvoegende wijs
motiverend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemotiveerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te motiveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen motiveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemotiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemotiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemotiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemotiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemotiveerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemotiveerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemotiveerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemotiveerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemotiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemotiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemotiveerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemotiveerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemotiveerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt motiveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemotiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemotiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemotiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen motiveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemotiveerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemotiveerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemotiveerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult motiveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘met redenen omkleden’ voor het eerst aangetroffen in 1824.

Woordfamilie van motiveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
motiveer gebiedende wijs motiveren
motiveerde verleden tijd motiveren
motiveerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon motiveren
motiveert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon motiveren
motivere aanvoegende wijs motiveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van motiveren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over motiveren

Hoe spreek je motiveren uit?
De uitspraak van motiveren is: /moːtiˈveːrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent motiveren?
Motiveren is een werkwoord. Het woord betekent: van argumenten voorzien. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je motiveren?
Je vervoegt motiveren als volgt: de tegenwoordige tijd is motiveer, de verleden tijd is motiveerde en het voltooid deelwoord is gemotiveerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op motiveren?

Op motiveren rijmen 395 woorden, onder andere abonneren, controleren en centrifugeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 395 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord motiveren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. I 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

motiveren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. I 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

motiveren in het kort

motiveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van motiveren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort motiveren bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

motiveren: van argumenten voorzien
Deel motiveren — standaardnederlands.nl