motiveren
werkwoord /moːtiˈveːrə(n)/Betekenis
- van argumenten voorzien
- enthousiast maken
Hoe spreek je motiveren uit?
/motiˈverən/
Motiveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| t | tak |
| i | riet |
| v | vis |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- van argumenten, gronden of redenen voorzien
Vervoeging van motiveren
motiverenhele werkwoord — motiveerdeverleden tijd enkelvoud — motiveerdenverleden tijd meervoud — gemotiveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | motiveer | motiveerde |
| jij | motiveert | motiveerde |
| hij, zij, het | motiveert | motiveerde |
| wij | motiveren | motiveerden |
| jullie | motiveren | motiveerden |
| zij | motiveren | motiveerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemotiveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemotiveerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemotiveerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemotiveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemotiveerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemotiveerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemotiveerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemotiveerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemotiveerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemotiveerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemotiveerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemotiveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemotiveerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemotiveerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemotiveerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemotiveerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemotiveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemotiveerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemotiveerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemotiveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| motiveer | gebiedende wijs |
| motiveerde | verleden tijd |
| motivere | aanvoegende wijs |
| motiverend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemotiveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te motiveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen motiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemotiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemotiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemotiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemotiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemotiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemotiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemotiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemotiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemotiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemotiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen motiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemotiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemotiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemotiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult motiveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘met redenen omkleden’ voor het eerst aangetroffen in 1824.
Woordfamilie van motiveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| motiveer | gebiedende wijs | motiveren |
| motiveerde | verleden tijd | motiveren |
| motiveerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | motiveren |
| motiveert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | motiveren |
| motivere | aanvoegende wijs | motiveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van motiveren zijn vastgelegd.