concurreren
werkwoord /kɔnkʏˈreːrə(n)/Betekenis
- commercieel wedijveren
- wedijveren in het algemeen, iemand concurreert met iemand, als de ene wint verliest de andere
Hoe spreek je concurreren uit?
/kɔnkʏˈrerən/
Concurreren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ʏ | put |
| r | rood |
| e | veel |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van concurreren
concurrerenhele werkwoord — concurreerdeverleden tijd enkelvoud — concurreerdenverleden tijd meervoud — geconcurreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | concurreer | concurreerde |
| jij | concurreert | concurreerde |
| hij, zij, het | concurreert | concurreerde |
| wij | concurreren | concurreerden |
| jullie | concurreren | concurreerden |
| zij | concurreren | concurreerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| concurreer | gebiedende wijs |
| concurreerde | verleden tijd |
| concurrere | aanvoegende wijs |
| concurrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconcurreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconcurreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconcurreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconcurreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconcurreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconcurreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconcurreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconcurreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconcurreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconcurreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcurreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcurreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te concurreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconcurreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen concurreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen concurreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult concurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van het Frans concurrer ww met het achtervoegsel -eren, in de betekenis van ‘wedijveren’ voor het eerst aangetroffen in 1819
Woordfamilie van concurreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| concurreer | gebiedende wijs | concurreren |
| concurreerde | verleden tijd | concurreren |
| concurreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | concurreren |
| concurreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | concurreren |
| concurrere | aanvoegende wijs | concurreren |
| geconcurreerd | voltooid deelwoord | concurreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concurreren zijn vastgelegd.