specialiseren
werkwoord speʃaliˈzerə(n)Betekenis
- zich ~: zich vooral toeleggen op (een bepaald onderdeel van een vak, beroep of bedrijf)
Hoe spreek je specialiseren uit?
/speʃaliˈzerən/
Specialiseren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| ʃ | sjaal |
| a | maan |
| l | land |
| i | riet |
| z | zon |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van specialiseren
specialiserenhele werkwoord — gespecialiseerdvoltooid deelwoord
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gespecialiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| specialiseer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| specialiseer u/je , specialiseert je | gebiedende wijs |
| specialiseerde | verleden tijd |
| specialiseerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| specialiseerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| specialiseerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| specialiseerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| specialiseerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| specialiseerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| specialiseerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| specialiseerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| specialiseerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| specialiseerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| specialiseert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| specialiseert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| specialiseert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| specialiseert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| specialiseert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| specialiseert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| specialisere zich | aanvoegende wijs |
| specialiseren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| specialiseren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| specialiseren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| zal me specialiseren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich specialiseren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je specialiseren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gespecialiseerd hebben | verleden tijd |
| zich specialiserend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen je specialiseren | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons specialiseren | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich specialiseren | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u specialiseren | tweede persoon |
| zult u specialiseren | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u specialiseren | tweede persoon |
| zult zich/u specialiseren | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
afgeleid van het Franse spécialiser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van specialiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| specialiseer | woordvorm | specialiseren |
| specialiseerde | verleden tijd | specialiseren |
| specialiseerden | woordvorm | specialiseren |
| specialiseert | woordvorm | specialiseren |
| specialisere | woordvorm | specialiseren |
| specialiserend | woordvorm | specialiseren |
| specialiserende | woordvorm | specialiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van specialiseren zijn vastgelegd.